'There's no sin in being born in the dirt boys. But it's a terrible sin to want to stay there.' - Sgt. Patrick Harper in Sharpe's Eagle.
De verstoorder bepaalt
Een paar dagen geleden heeft Halbe Zijlstra, de Staatssecretaris ‘van’ Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met daarin zijn reactie op het rapport ‘Ruimte Voor Archeologie’. Ik heb de brief met veel belangstelling gelezen, deels gewoon uit nieuwsgierigheid over wat hij, als tentakel van het huidige kabinet nou vindt van archeologie en het archeologische beleid in Nederland, maar ook omdat dat natuurlijk direct raakt aan mijn eigen werkveld en daar veel invloed op heeft.
Mijn eerste indruk, toen ik de elf pagina’s snel doorgelezen had was: ‘dat had veel erger gekund’. Tenslotte is Zijlstra de rest van het Nederlandse cultuurbereik met nietsontziende grondigheid en nauw verholen rancune te lijf gegaan (‘Iedereen moet zich zorgen maken.’).
Dat had veel erger gekund’ omdat veel dingen eigenlijk min of meer bij hetzelfde blijven, hetgeen te rechterzijde van de 'gedoogcoalitie' nog wel wat geschuimbek zal opleveren omdat daar ongetwijfeld elementen zijn die vinden dat er nog wel wat meer in ‘cultuur’ gehakt had kunnen worden. Het blijft een 'linkse hobby'. Dingen die zeker niet ideaal zijn, maar ongetwijfeld door bemoeienis van het huidige kabinet[1] eigenlijk alleen maar erger zouden kunnen worden[2]. Nadere beschouwing van de brief levert een aantal (verwante) punten van kritiek op die er voor mij toch wel met kop en schouders boven uitsteken.
De pen van (iemand bij) de RCE is hier en daar duidelijk te onderscheiden in het betoog van Zijlstra en in dit deel van zijn reactie is dat wel het duidelijkst. Waarom zou iemand, nadat tientallen Nederlandse gemeenten in de afgelopen jaren onder mandaat van de Monumentenwet archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaarten hebben laten maken of daarmee bezig zijn, nú opeens voorstellen dat de RCE een allesomvattende nieuwe archeologische kenniskaart moet maken? Wat voor een rol kan een dergelijke kaart spelen in een tijd waarin steeds meer gemeenten kaarten hebben of krijgen met een veel hogere resolutie dan de RCE ooit waar kan maken?[3] Dat de RCE dit graag wil vind ik begrijpelijk, aangezien zij (drie namen en talloze reorganisaties geleden) ooit als een nationaal kenniscentrum voor archeologie bedoeld was. Wat mij veel, heel erg veel meer zorgen baart is de volgende onheilspellende zin in de brief: ‘RCE zal bij het maken van deze nieuwe kaart nauw samenwerken met de archeologische advies- en opgravingbedrijven, provincies, gemeenten, maar ook met andere belanghebbenden zoals LTO Nederland.’
Zijlstra haalt aan dat LTO Nederland op dit moment bezig is met een pilot om landbouwgronden waarbij de grond mogelijk reeds verstoord is uit te kunnen zonderen van archeologische verplichtingen en de hiermee gepaard gaande kosten.
Op de laatste Reuvensdagen werd deze pilot gepresenteerd in een lezing die ik heb bijgewoond. Ik was slechts zeer matig onder de indruk van wat LTO daar van plan was. Simpel gezegd behelsde het een inventarisatie in één of meerdere gemeenten, dat weet ik even niet meer helemaal zeker, van alle landbouwpercelen door het systematisch interviewen van de eigenaren en/of gebruikers. Een boer kon dan per perceel aangeven of zij vonden of wisten dat die grond ooit al eens aan verstoring onderhevig was geweest of niet. Of zo’n landbouwer nou te goeder trouw is of niet, dergelijke ‘herinneringen’ dienen natuurlijk altijd te worden getoetst.
Daarin had de pilot voorzien, doordat de betreffende velden door middel van controleboringen werden getoetst op de (op basis van de getuigenissen van de gebruiker) verwachte mate van verstoring. Dat klinkt in eerste instantie niet onredelijk, als je tenminste geen enorm groot punt maakt van de notoire onbetrouwbaarheid van ooggetuigen (…‘Ik heb gehoord dat jullie hier boerderijen uit de IJzertijd aan het opgraven zijn, maar deze grond is nog van mijn opa geweest en van hem weet ik dat hier nooit gebouwen hebben gestaan!’…), maar als je er even over nadenkt, is het een ietwat achterbakse manier om (in ieder geval een deel van) de kosten en verantwoordelijkheid betreffende de AMZ-cyclus bij de overheid neer te leggen. Wie een dergelijke inventarisatie gaat uitvoeren, bijvoorbeeld in het kader van het opstellen van een NAKN, is dus feitelijk bezig met het uitvoeren van een vlakdekkend, verkennend onderzoek, waarvan de kosten niet bij de verstoorder komen te liggen, maar bij de opsteller van de kaart! Daar is de AMZ-cyclus volgens mij niet voor bedoeld.
Nederlandse archeologen zijn niet zo heel erg voorlijk als het om het bepleiten van hun zaak gaat en zodra de deur op een kier gaat (nu de deur op een kier gezet is) zullen de snelle-jongens-met-bruine-schoenen-en-pijnlijk-modieuze-overhemden van binnen én buiten de archeologie geen seconde aarzelen om hun klauwen in het weke, door slechts versleten fleece beschermde, steeds mager wordende rugje van de Nederlandse archeologie te slaan.
[1] Een regering die bezuinigt op cultuur, maar wel volkomen nutteloze JSF-vliegtuigen koopt (nou ja, -tuigen, want ze schijnen niet best te vliegen) is overduidelijk auf dem Holzweg. Ik weet dat deze tegenstelling een beetje een cliché is, maar als er een (gedwongen) keuze is tussen investeren in wapens of investeren in cultuur, dan moet investeren in cultuur om morele redenen te allen tijde de voorkeur hebben, met als enige mogelijke uitzondering de situatie dat een vijand op de poorten staat te beuken. Een échte vijand, niet het door dorpdenkers opgeklopte spookbeeld van bebaarde sharia-colporteurs die ‘onze’ vrouwen willen besnijden. Een dergelijke situatie is in de onmiddellijke toekomst buitengewoon onrealistisch, zodat ook de aankoop van wapentuig als voorzorg buitengewoon onrealistisch is, behalve voor megalomane kleine bestuurdertjes van onbeduidende kleine landjes die graag met de grote jongens mee willen spelen en daarom ook dikke knikkers willen hebben. Wie tegen dit axioma in handelt, diskwalificeert zich in belangrijke mate als deelnemer in het debat over beschaving en moraal.
[2] Á propos bemoeienis van het huidige kabinet: het compleet overhoop gooien van beleid waar twintig jaar over is gedaan wordt meestal niet in één keer gepresenteerd, dus een waakzaam oog is nodig om in de gaten te houden of deze redelijk ongevaarlijk ogende brief van Zijlstra niet slechts deel uitmaakt van de inleidende beschietingen voor een groter offensief.
Mijn eerste indruk, toen ik de elf pagina’s snel doorgelezen had was: ‘dat had veel erger gekund’. Tenslotte is Zijlstra de rest van het Nederlandse cultuurbereik met nietsontziende grondigheid en nauw verholen rancune te lijf gegaan (‘Iedereen moet zich zorgen maken.’).
Dat had veel erger gekund’ omdat veel dingen eigenlijk min of meer bij hetzelfde blijven, hetgeen te rechterzijde van de 'gedoogcoalitie' nog wel wat geschuimbek zal opleveren omdat daar ongetwijfeld elementen zijn die vinden dat er nog wel wat meer in ‘cultuur’ gehakt had kunnen worden. Het blijft een 'linkse hobby'. Dingen die zeker niet ideaal zijn, maar ongetwijfeld door bemoeienis van het huidige kabinet[1] eigenlijk alleen maar erger zouden kunnen worden[2]. Nadere beschouwing van de brief levert een aantal (verwante) punten van kritiek op die er voor mij toch wel met kop en schouders boven uitsteken.
NAKN (Nieuwe Archeologische Kenniskaart van Nederland)
In een lange inleiding somt Zijlstra de recente geschiedenis van de totstandkoming van het huidige bestel op, waarin hij aanstipt dat onder de nieuwe Wet op de Monumentenzorg de verantwoordelijkheid van het beleid (door de bank genomen) sinds 2007 op het bestuurlijk niveau van de gemeenten is komen te liggen. Dat eufemisme voor het feit dat de overheid het archeologische beleid toen over de schutting heeft gegooid en hard is weggerend, staat echter nogal in contrast met ‘zijn’ beslissing dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) een nieuwe archeologische kenniskaart dient op te stellen.De pen van (iemand bij) de RCE is hier en daar duidelijk te onderscheiden in het betoog van Zijlstra en in dit deel van zijn reactie is dat wel het duidelijkst. Waarom zou iemand, nadat tientallen Nederlandse gemeenten in de afgelopen jaren onder mandaat van de Monumentenwet archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaarten hebben laten maken of daarmee bezig zijn, nú opeens voorstellen dat de RCE een allesomvattende nieuwe archeologische kenniskaart moet maken? Wat voor een rol kan een dergelijke kaart spelen in een tijd waarin steeds meer gemeenten kaarten hebben of krijgen met een veel hogere resolutie dan de RCE ooit waar kan maken?[3] Dat de RCE dit graag wil vind ik begrijpelijk, aangezien zij (drie namen en talloze reorganisaties geleden) ooit als een nationaal kenniscentrum voor archeologie bedoeld was. Wat mij veel, heel erg veel meer zorgen baart is de volgende onheilspellende zin in de brief: ‘RCE zal bij het maken van deze nieuwe kaart nauw samenwerken met de archeologische advies- en opgravingbedrijven, provincies, gemeenten, maar ook met andere belanghebbenden zoals LTO Nederland.’
De Verstoorder Bepaalt
Ik begrijp dat Zijlstra en zijn souffleurs bij de RCE naast deze partij ook andere belanghebbenden willen (zullen?) betrekken bij het opstellen van de NAKN, maar de inclusie van uitgerekend LTO Nederland is buitengewoon naar. Het is een beetje alsof je Dr. No vraagt om mee te denken over de zwakke punten in de verdediging van James Bond (‘Do you expect me to talk?’ ‘No mr. Bond, I expect you to die.’).Zijlstra haalt aan dat LTO Nederland op dit moment bezig is met een pilot om landbouwgronden waarbij de grond mogelijk reeds verstoord is uit te kunnen zonderen van archeologische verplichtingen en de hiermee gepaard gaande kosten.
Op de laatste Reuvensdagen werd deze pilot gepresenteerd in een lezing die ik heb bijgewoond. Ik was slechts zeer matig onder de indruk van wat LTO daar van plan was. Simpel gezegd behelsde het een inventarisatie in één of meerdere gemeenten, dat weet ik even niet meer helemaal zeker, van alle landbouwpercelen door het systematisch interviewen van de eigenaren en/of gebruikers. Een boer kon dan per perceel aangeven of zij vonden of wisten dat die grond ooit al eens aan verstoring onderhevig was geweest of niet. Of zo’n landbouwer nou te goeder trouw is of niet, dergelijke ‘herinneringen’ dienen natuurlijk altijd te worden getoetst.
Daarin had de pilot voorzien, doordat de betreffende velden door middel van controleboringen werden getoetst op de (op basis van de getuigenissen van de gebruiker) verwachte mate van verstoring. Dat klinkt in eerste instantie niet onredelijk, als je tenminste geen enorm groot punt maakt van de notoire onbetrouwbaarheid van ooggetuigen (…‘Ik heb gehoord dat jullie hier boerderijen uit de IJzertijd aan het opgraven zijn, maar deze grond is nog van mijn opa geweest en van hem weet ik dat hier nooit gebouwen hebben gestaan!’…), maar als je er even over nadenkt, is het een ietwat achterbakse manier om (in ieder geval een deel van) de kosten en verantwoordelijkheid betreffende de AMZ-cyclus bij de overheid neer te leggen. Wie een dergelijke inventarisatie gaat uitvoeren, bijvoorbeeld in het kader van het opstellen van een NAKN, is dus feitelijk bezig met het uitvoeren van een vlakdekkend, verkennend onderzoek, waarvan de kosten niet bij de verstoorder komen te liggen, maar bij de opsteller van de kaart! Daar is de AMZ-cyclus volgens mij niet voor bedoeld.
In de provincie Limburg was een jaren geleden al duidelijk dat bestuurders goed weten in wiens ruif het lekkerste hooi te vinden is toen de toenmalige gedeputeerde Driessen op influistering van LLTO, de lokale clan van LTO Nederland, verklaarde dat het maar eens afgelopen moest zijn met al dat ge-archeologie en dat men in Limburg alleen nog maar voor de ‘sarcofagen en de kisten met munten’ wilde gaan. De pilot van LTO Nederland die hierboven wordt besproken is een volgend voorbeeld van de invloed die deze organisatie blijkbaar ook op nationale bestuurders heeft (ik ga hier niet over Henk Bleker uitweiden).
Dat LTO Nederland nu als enige ‘verstoordersorganisatie’ met naam worden genoemd is wat mij betreft wel veelzeggend en reden tot zorg. Deze zelfde organisatie heeft voorgesteld om ‘normale agrarische werkzaamheden’ vrij te stellen van de plicht tot archeologisch onderzoek. Ook dat klinkt niet onredelijk, totdat je leert dat zij werkzaamheden als diepploegen en egaliseren ook als ‘normale agrarische werkzaamheden’ beschouwen.'O Nederland, let op uw saeck'
De brief van de Staatssecretaris lijkt op het eerste gezicht mee te vallen, maar er zitten een paar lelijke adders onder het gras. De NAKN kost geld dat beter anders kan worden besteed omdat deze kaart een dienst gaat aanbieden die elders al voorhanden is en zal daarnaast hoogstens voor wat verwarring en frustratie zorgen, maar de nu van overheidwege gesanctioneerde bemoeienis van De Verstoorder in het bepalen van het archeologisch beleid is op de langere termijn een buitengewoon kwalijke zaak. Als LTO mag meebeslissen, zullen zich binnen de kortste keren andere partijen melden die wel een zegje te doen hebben over de zin en onzin van het uitvoeren van archeologisch onderzoek voor hun. De projectontwikkelaars zijn nu teleurgesteld: 'We hebben er bij de staatssecretaris op aangedrongen dat projectontwikkelaars meer te zeggen krijgen over wat er met archeologische vondsten gaat gebeuren. Maar daar zien we niets van terug.' Dat wil niet zeggen dat ze het opgeven.Nederlandse archeologen zijn niet zo heel erg voorlijk als het om het bepleiten van hun zaak gaat en zodra de deur op een kier gaat (nu de deur op een kier gezet is) zullen de snelle-jongens-met-bruine-schoenen-en-pijnlijk-modieuze-overhemden van binnen én buiten de archeologie geen seconde aarzelen om hun klauwen in het weke, door slechts versleten fleece beschermde, steeds mager wordende rugje van de Nederlandse archeologie te slaan.
[1] Een regering die bezuinigt op cultuur, maar wel volkomen nutteloze JSF-vliegtuigen koopt (nou ja, -tuigen, want ze schijnen niet best te vliegen) is overduidelijk auf dem Holzweg. Ik weet dat deze tegenstelling een beetje een cliché is, maar als er een (gedwongen) keuze is tussen investeren in wapens of investeren in cultuur, dan moet investeren in cultuur om morele redenen te allen tijde de voorkeur hebben, met als enige mogelijke uitzondering de situatie dat een vijand op de poorten staat te beuken. Een échte vijand, niet het door dorpdenkers opgeklopte spookbeeld van bebaarde sharia-colporteurs die ‘onze’ vrouwen willen besnijden. Een dergelijke situatie is in de onmiddellijke toekomst buitengewoon onrealistisch, zodat ook de aankoop van wapentuig als voorzorg buitengewoon onrealistisch is, behalve voor megalomane kleine bestuurdertjes van onbeduidende kleine landjes die graag met de grote jongens mee willen spelen en daarom ook dikke knikkers willen hebben. Wie tegen dit axioma in handelt, diskwalificeert zich in belangrijke mate als deelnemer in het debat over beschaving en moraal.
[2] Á propos bemoeienis van het huidige kabinet: het compleet overhoop gooien van beleid waar twintig jaar over is gedaan wordt meestal niet in één keer gepresenteerd, dus een waakzaam oog is nodig om in de gaten te houden of deze redelijk ongevaarlijk ogende brief van Zijlstra niet slechts deel uitmaakt van de inleidende beschietingen voor een groter offensief.
[3] Dat is overigens niet omdat ik denk dat de RCE dat niet zou kunnen, maar gewoon omdat een kaart op nationaal niveau om praktische redenen nooit een dergelijke resolutie kan halen.
Neanderthalervindplaats zorgt voor commotie in Leiden
Afgelopen zaterdag ben ik naar de Steentijddag in Leiden geweest (nee, dat is geen dag waarop archeologen zich in vellen hullen en brullend, vretend, zuipend en knuppelend door de gebouwen van de universiteit Leiden rennen, dat is een jaarlijks congres waarvan de lezingen de Steentijd als thema hebben) en daar heeft een collega* de buitengewoon spectaculaire onthulling gedaan dat er in Drenthe voor het eerst in de geschiedenis een behoorlijk intacte, in situ vindplaats van Neanderthalers is aangetroffen!
De feestvreugde die dat teweeg heeft gebracht heeft er voor gezorgd dat alle aanwezige archeologen de rest van het weekend in vellen gehuld brullend, vretend, zuipend en knuppelend door de gebouwen van de universiteit hebben gerend.
Het duurde tot maandagmorgen vijf uur voordat de ordedienst van de universiteit de laatste nog loslopende oproerkraaiers in een hoek wist te drijven in een damestoilet op de bovenste verdieping van het Lipsius-gebouw. Na een korte belegering en enig onderhandelen hebben deze volhouders uiteindelijk ook de aftocht geblazen in ruil voor een kratje Duvel en friet zuurvlees voor iedereen.
*Dhr. M. Niekus uit Groningen die met een divers en enthousiast team al een paar jaar bezig is met het onderzoeken van (onder anderen) deze vindplaats. Aan hen laat ik met alle plezier het onthullen van alle verdere details over, maar dit is het soort nieuws dat voor een Midden Paleolithicum specialist te mooi is om stil te houden!
Jeffrey Foucault: Cold Sattelite
Gisteren ben ik met een paar vrienden (en op aanraden van één van hen, ik had nog nooit van de goede man gehoord) in de Q-bus in Leiden naar een optreden van Jeffrey Foucault geweest.
Het voorprogramma was een buitengewoon droge show van Hayward Williams, die later op de avond zijn stelling betrok als bassist van Cold Sattelite, de band die Foucault begeleidde.
De stem van Hayward Jones kan de onderlip van R. Lee Ermine doen trillen, maar aan zijn stageact mag hij nog wel een beetje werken. Jones vulde de ruimte tussen zijn nummers op met zeer droogkloterige commentaren die een gevoel voor humor onthulden dat je niet aan de rest van zijn persona zou kunnen aflezen.
![]() |
Jeffrey Foucault (foto) |
Jeffrey Foucault was ook niet echt een prater, maar dat maakte hij meer dan goed met zijn muziek. Ik ben niet zonder meer een liefhebber van het type country & western/roots muziek dat Foucault maakt, maar met name de tweede helft van het optreden, toen een en ander een beetje op stoom kwam, was zeer aangenaam. Volgens mij is deze muziek ook gewoon het mooiste als je hem live hoort.
Het was een merkwaardig introvert gezelschap daar op het podium. Foucault zelf ziet er uit als een kruising tussen Billy the Kid en een mormoon en kan waarschijnlijk zijn initialen in de muur schieten, zijn Peacemaker herladen én holsteren voordat je de kans hebt ‘Jeffrey Foucault’ te zeggen. De pedal steel-speler zat volledig in zijn eigen wereld en maakte pas tijdens het laatste nummer van de toegift voor het eerst oogcontact met zijn collega’s. Hij is waarschijnlijk zo snel mogelijk na het optreden naar zijn verzameling op lengte en houtsoort gesorteerde tandenstokers van over de hele wereld terug gevlucht. Hayward Williams ziet er uit als het type persoon dat je waarschijnlijk alles, maar dan ook echt alles kan vertellen over de marine van de Verenigde Staten tussen 1776 en 1865 en de drummer maakt zijn eigen drumsticks met behulp van enkel een kettingzaag.
Maar genoeg gelachen, wat zo’n introverte houding vooral demonstreert is volgens mij dat je hier te maken hebt met van die uber-rasmuzikanten die maar voor een ding leven, en dat is muziek maken. Dan is er zelfs geen plaats voor een verzameling interessante tandenstokers.
Wat het publiek betreft, hoop ik vooral dat ze bij de Q-bus genoeg sherry in voorraad hadden, want de binnenkomst van het gezelschap waarmee ik onderweg was trok de gemiddelde leeftijd aanzienlijk naar beneden. Blijkbaar niet echt muziek voor jonge mensen. Dat viel me laatst ook op toen ik naar een optreden van Eilen Jewel ben geweest in Haarlem. De helft van alle aanwezige mannen (waarvan ik de enige onder de vijftig was) had daar had zo’n gecultiveerd Freek-de-Jonge-hoofd, met van dat artistiekerig warrige haar en een klein brilletje en de andere helft liep rond met zo’n glimmend kaalgeschoren hoofd, een grote plastic bril en een schreeuwerig overhemd. Wat zouden die artiesten daar zelf eigenlijk van denken?
In ieder geval, wie van ingetogen americana/roots/countrymuziek houdt; gaat het zien! Je hebt nog een paar kansen.
Abonneren op:
Berichten (Atom)

