 |
| Inderdaad ´a fellow of infinite wit´ |
Zonet hoorde ik dat Lewis Binford gisteren gestorven is. De goede man was 79 en zijn gezondheid was al een tijdje niet al te best, dus een enorme verrassing is het niet, maar er is daarmee wel iemand verscheiden die de archeologie als wetenschap baanbrekend veranderd heeft, en dat terwijl hij zelf niet eens een archeoloog was.
Het is denk ik weer zo´n situatie waarin, als Binford het niet bedacht was, er wel iemand anders mee gekomen was, maar het blijft een feit dat hij (en zijn geestverwanten) met de
New Archaeology vanaf de jaren 60 de archeologie een dusdanige schop onder haar hol gegeven heeft dat we nu nog steeds af en toe met een sippe lip aan ons achterwerk voelen of het nog steeds beurs is.
Zijn confrontationele stijl van werken en presenteren bezorgde hem meer vijanden dan vrienden en inmiddels hebben we ook al een tijdje last van
post-processuele archeologen (zucht), maar inhoudelijk staan zijn theorieën na veertig jaar in grote lijnen nog steeds overeind en ik ben van mening dat de archeologie daar een betere wetenschap door geworden is.
Ik heb hem een keer persoonlijk ontmoet en hij bleek een aangename gesprekspartner, maar ik heb ook lezingen van hem gezien waarin hij weliswaar bijzonder erudiet en scherpzinnig te werk ging, maar er ook voor wist te zorgen dat de helft van het publiek de zaal schuimbekkend verliet.
Binford was al een aantal jaren uit het voetlicht verdwenen en heeft de laatste jaren niets meer gepubliceerd, dus hij is niet bepaald in het zadel gesneuveld, maar dat neemt niet weg dat hij het verdiend heeft dat we even stil staan bij het feit dat hij er niet meer is. De Binford is dood, lang leve de Binford!