Naailes II

Het is af!

Stralend als een poetsemmer!
Mijn eerste project is eindelijk klaar en ik ben positief verrast over het eindresultaat. De cravatte op de foto heb ik weliswaar ook zelf gemaakt, maar daarmee ben ik pas begonnen toen dit vest zo goed als klaar was. Bovendien zijn die redelijk simpel om te maken.
Toen ik met die naailes begon werd ik niet gehinderd door enige kennis van zaken, dus het schoot aanvankelijk voor geen meter op. Na maandenlang op aanwijzingen van Annemarie rond-geklooid te hebben met vormeloze stukjes stof die me helemaal niets zeiden is er op een of andere manier een vest uit voortgekomen.
Dit vest was bedoeld als oefenproject waarbij falen ingecalculeerd was, maar het is goed genoeg gelukt om gewoon te kunnen dragen, en dat heb ik dan ook meteen met zeer veel genoegen gedaan! Ik ben zo blij als een kanariepiet in een maanzaadfabriek.

Mag ik voorstellen: Lewis Binford

Inderdaad ´a fellow of infinite wit´
Zonet hoorde ik dat Lewis Binford gisteren gestorven is. De goede man was 79 en zijn gezondheid was al een tijdje niet al te best, dus een enorme verrassing is het niet, maar er is daarmee wel iemand verscheiden die de archeologie als wetenschap baanbrekend veranderd heeft, en dat terwijl hij zelf niet eens een archeoloog was.

Het is denk ik weer zo´n situatie waarin, als Binford het niet bedacht was, er wel iemand anders mee gekomen was, maar het blijft een feit dat hij (en zijn geestverwanten) met de New Archaeology vanaf de jaren 60 de archeologie een dusdanige schop onder haar hol gegeven heeft dat we nu nog steeds af en toe met een sippe lip aan ons achterwerk voelen of het nog steeds beurs is.
Zijn confrontationele stijl van werken en presenteren bezorgde hem meer vijanden dan vrienden en inmiddels hebben we ook al een tijdje last van post-processuele archeologen (zucht), maar inhoudelijk staan zijn theorieën na veertig jaar in grote lijnen nog steeds overeind en ik ben van mening dat de archeologie daar een betere wetenschap door geworden is.
Ik heb hem een keer persoonlijk ontmoet en hij bleek een aangename gesprekspartner, maar ik heb ook lezingen van hem gezien waarin hij weliswaar bijzonder erudiet en scherpzinnig te werk ging, maar er ook voor wist te zorgen dat de helft van het publiek de zaal schuimbekkend verliet.

Binford was al een aantal jaren uit het voetlicht verdwenen en heeft de laatste jaren niets meer gepubliceerd, dus hij is niet bepaald in het zadel gesneuveld, maar dat neemt niet weg dat hij het verdiend heeft dat we even stil staan bij het feit dat hij er niet meer is. De Binford is dood, lang leve de Binford!

Los zittende dasknopen

Ik weet dat u allemaal hetzelfde denkt over wat ikzelf een gruwelijk irritant probleem vind: als ik een das wil dragen, dan word ik altijd volledig ongans van het feit dat de knoop nooit mooi blijft zitten. Het maakt niet uit wat ik doe, of welke knoop ik gebruik; vroeger of later krijg ik zo´n lelijk gapend gat tussen de bovenkant van mijn dasknoop en het boord van mijn hemd.
Dat leidt er dus altijd toe dat ik óf de hele tijd mezelf aan het inspecteren ben in ieder reflecterend oppervlak dat ik tegenkom (zodat iedereen denkt dat ik paranoide of intolerabel ijdel ben, of allebei), óf ik zit de hele tijd neurotisch aan mijn keel te frunniken.

De Tie Snug
Wanhoop niet, er gloort hoop aan de horizon. Zie hiernaast de oplossing! Het ding heet de Tie Snug, wat natuurlijk een braaksel-opwekkende naam is die alleen door Amerikanen bedacht had kunnen worden, maar als het werkt, en volgens de auteur van een recensie doet het dingetje het prima, zijn al uw kopzorgen voorbij en blijft de knoop van uw das daar waar hij hoort, strak tussen de twee uiteinden van uw hemdkraag. Weblog The Gentleman´s Gazette heeft een competitie waarin u een Tie Snug kunt winnen, maar ze zijn ook hier te koop, tot 24 april met vijf dollar korting als u de coupon-code gentlemansgazette invult.

Lente!

De eerste voorbodes van het voorjaar hingen al een tijdje in de lucht; bloesem aan de takken, het gefluit van vogels in de ochtend en half Nederland sloft alweer rond op teenslippers (die allergruwelijkste uitwas van de onbegrijpelijke Nederlandse neiging om acht maanden van het jaar stug te doen alsof we aan de Middellandse zee wonen in plaats van aan de Noordzee) zich onderwijl van ochtengloren tot avondschemering verschuilend achter een (meestal heel grote, lelijke) zonnebril.


Maar vanmorgen blunderde de eerste hommel voorbij de blauwe druifjes achter het raam van mijn woonkamer en dan weet je het zeker: het is lente!