Naailes

Teddy Boys ergens in de jaren ´50
Sinds enige tijd zit ik op naailes. Inderdaad als enig man tussen allemaal
(nou ja, vijf) dames en er wordt thee gedronken. Ik was daar al geruime tijd over aan het nadenken, maar de doorslag werd gegeven door een kleermaker hier in Leiden.
Ik ben namelijk al heel lang op zoek naar een Teddy Boy pak. Het lukte me maar niet om een dergelijk pak te vinden, zelfs niet op internet en op internet hebben ze alles! Ja, de mintgroene Elviskostuums (met pruik!) voor feestjes en partijen, die kun je overal voor drie tientjes kopen, maar ik ben op zoek naar een fatsoenlijk gemaakt herenkostuum.

Wat ik op een gegeven moment wel vond, was een naaipatroon voor een herenkostuum dat met minimale aanpassingen te verbouwen zou zijn tot een Teddy Boy pak. Met dat patroon ben ik naar een kleermaker in Leiden gestapt en heb mijn bedoelingen aan hem kenbaar gemaakt. Ik zou het patroon en de stoffen leveren, hij zou daarvan voor mij een pak maken en ik zou hem daarvoor financieel compenseren. Ik kan echter niet ontkennen dat ik nogal schrok van de mate van financiele compensatie die de man verlangde voor deze transactie. Voor EUR 1.100,- zou hij voor mij dat kostuum wel maken.
Ik ben best bereid om voor mooie en goed gemaakte kleding wat geld neer te leggen en als hij vijfhonderd euro had gezegd had ik geen seconde getwijfeld. Niet dat ik dat soort bedragen zonder met zijn ogen te knipperen uit mijn binnenzak trek, maar dat was het me zeker waard geweest. Bij elfhonderd euro moet ik toch wel slikken. Vandaar dat ik, terugdenkend aan mijn plannen om ´ooit misschien eens´ te gaan leren om zelf kleren te maken, uiteindelijk besloot dat ik voor dat geld ook zelf kon leren om zo´n kostuum te maken. Met een beetje geluk zou ik het nog leuk vinden ook.

Dat bleek nog niet zo makkelijk als ik mij dat had voorgesteld. Een naaimachine was snel gekocht, maar het vinden van een plek voor de naailes bleek een behoorlijke uitdaging. Als kleermakers in overgrote meerderheid mannen zijn, waarom is naailes dan alleen voor vrouwen? Ik had in de omgeving van Leiden een paar adressen gevonden van mensen die zichzelf aanboden via internet en de Gouden Gids, maar die wezen mij eensgezind af: Ik weet niets van mannenkleren, ik kan alleen maar vrouwenkleren maken, dan kun je beter naar iemand anders gaan. Ik vind dat een buitengewoon vreemde reactie. Ten eerste zullen er op de naailessen van die vrouwen toch misschien ook wel eens mensen (vrouwen, naar ik aanneem) iets voor hun man, zoon, opa of de buurman willen maken? En ten tweede lijkt het mij niet zo veel uit te maken wat je maakt, uiteindelijk bestaat kleren maken uit het aan elkaar vast naaien van lapjes stof, en of dat dan een broek of een rok wordt (alsof vrouwen geen broeken dragen!), dat moet toch niets uitmaken?

Gelukkig is daar Annemarie. Ik schrok een klein beetje van de vlinder op haar website, maar op mijn vraag of ik bij haar (als man, dat is schijnbaar relevant, dus ik had het er maar bij gezet) kon leren kleding maken reageerde ze heel enthousiast. Inmiddels ben ik al bijna een half jaar bij haar in de leer en ik vind het echt heel leuk. Mijn eerste project, een gilet, is bijna klaar en ik ben behoorlijk in mijn nopjes met het resultaat. Het is zeer bevredigend, nadat je maandenlang met rare lapjes stof hebt lopen klooien, om deze daadwerkelijk de vorm van een gilet te zien aannemen als je ze aan elkaar vast maakt.

Wat nog belangrijker is, is dat ik langzaam steeds beter in het naaien, knippen, spelden en dergelijke begin te worden. Bij aanvang van mijn lessen werd ik in het geheel niet gehinderd door enige kennis van zaken omtrent het maken van kleding en het werken met een naaimachine. Inmiddels begin ik daar enige handigheid in te krijgen. Laten we zeggen dat ik in het begin de klok wel eens had horen luiden, maar geen idee had waar de klepel hing, inmiddels kan ik in ieder geval de klokkentoren aan de horizon ontwaren.
Afgelopen weekeinde heeft dit geresulteerd in mijn eerste, helemaal zelf in elkaar geknutselde kledingstuk. Ik heb een cravate gemaakt, een type das die ook wel Ascot genoemd wordt. Ik geef toe dat het ontwerp kinderlijk eenvoudig is, maar de handigheid om het ding in elkaar te frunniken heb ik volledig aan de lessen van Annemarie te danken.
Uiteindelijk heeft het me ongeveer twee uur gekost om de cravate helemaal af te krijgen. Voor drie euro helemaal het mannetje, maar wat ik nog veel belangrijker vind, is dat ik het ding zelf gemaakt heb. Ik ben altijd wel een knutselaar geweest (in een ander leven ook nog wel een paar jaar bouwvakker geweest, waaraan ik goede herinneringen bewaar) en ik kan zo blij als een kind zijn als ik iets wil maken en het lukt me ook nog. Ik ga er zo snel mogelijk nog een paar maken.

Mag ik voorstellen: Harald Jäger

Oberstleutnant Harald Jäger van de Passkontrolleneinheit van het Ministerium für Staatssicherheit was degene die op 9 november 1989 de slagbomen bij de grensovergang Bornholmer Straße in Berlijn heeft opengezet, waarmee hij de de val van de Berlijnse muur en daarmee de laatste akte van de ondergang van de DDR in gang heeft gezet. Het einde van de Deutsche Demokratische Republik was nabij. Dat was op dat moment waarschijnlijk al voor iedereen duidelijk te zien, behalve voor de toenmalige leiders van de stervende staat, die zichzelf ongetwijfeld, zoals dictators dat nou eenmaal doen, tot het laatste moment bleven wijsmaken dat ze het wel gingen redden. Met het openzetten van die slagboom heeft Jäger niet de val van de DDR veroorzaakt, die was op dat moment al onvermijdelijk. Het verschil tussen de helden en de slechteriken van de geschiedenis ligt op sommige momenten zo dicht bij elkaar dat het een kwestie van seconden kan zijn die het verschil maakt of je als het ene of als het andere herinnerd wordt. Wat Jäger gedaan heeft, is op het moment dat het er op aan kwam een goede keuze maken.

Al weken lang probeerden duizenden Oost-Duitsers de desintegrerende DDR te ontvluchten waar dat maar mogelijk was. Op die negende november 1989 gonste het in Oost-Berlijn van de geruchten dat de grenzen geopend zouden worden dankzij een wat ongelukkig geformuleerd memo van Günther Schabowski, één van de toenmalige topmannen van de DDR. Bij alle grensovergangen naar West-Berlijn dromden mensen samen in de hoop naar het Westen te kunnen. Bij de overgang Bornholmer Straße probeerde Jäger telefonisch informatie te krijgen over de exactie betekenis van het bericht van Schabowski terwijl de mensenmassa gestaag groeide. Jäger kreeg niemand van zijn superieuren te pakken om hem te adviseren en na lang wikken en wegen realiseerde hij zich dat hij degene was die moest beslissen en om half twaalf ´s avonds gaf hij bevel om de slagbomen te openen en de juichende euforische Oost-Berlijners de grens over te laten.

Zelf omschreef Jäger het als volgt: `Das alles zusammen genommen, war dann das Motiv des Handelns, so dass ich gesagt habe, jetzt reicht es mir. Jetzt entscheidst du auf eigene Faust. Ich habe angewiesen, alle ausreisen zu lassen, lass alle ausreisen.` (bron: Schabowski´s Zettel, een ARD-documentaire). Dat zijn niet de woorden van een man die is bezield met heilig vuur, dat zijn de aarzelende woorden van iemand die zich geconfronteerd zag met een situatie die hij niet meer onder controle had en toen voor zichzelf moest afwegen wat hij nou het beste kon doen. En juist dat maakt dat ik zoveel bewondering voor hem heb. Op het moment dat het er op aan kwam, op het moment dat één beslissing het verschil kan maken tussen de val van een dictatuur en een bloedbad (want vergeet niet dat dat op dat moment een reële mogelijkheid was!), koos hij er voor om zijn ideologie, de commandostructuur van de StaSi en zijn door eed gebonden plicht om bevelen te gehoorzamen bij het oud papier te zetten en de poort open te gooien. Dat was geen makkelijke beslissing: [Ich] ´wollte meinen Tränen freien Lauf lassen. Ich musste mit mir selbst erst mal allein sein. Es war das Schrecklichste, das Schrecklichste und Schönste, das ich erlebt hatte.´ (bron: Schabowski´s Zettel).

Wat mij betreft doet de historische werkelijkheid dat de beslissing min of meer door de omstandigheden werd afgedwongen geen afbreuk aan het feit dat Harald Jäger op het moment dat het telde voor zijn medemensen koos in plaats van zijn ideologie.

Mag ik voorstellen: reserve-tweede luitenant Ben Swagerman

Luitenant Swagerman was piloot van (de voorloper van) de koninklijke luchtmacht en in mei 1940 gesneuveld in de strijd tegen de binnenvallende Duitsers. Hieronder de beschrijving van de oorlogshandelingen die uiteindelijk leidden tot zijn dood (bron: ministerie van defensie):

In de vroege morgen van 10 mei 1940 vertrekt Swagerman in de T-V '855' als commandant-waarnemer met een vijfkoppige bemanning vanaf Schiphol. Swagerman valt tijdens zijn eerste oorlogsvlucht verschillende vijandelijke toestellen aan, waarvan hij er een weet neer te schieten en een ander zodanig te beschadigen dat dit ook verloren gaat. 

Nauwelijks een uur na zijn eerste vlucht kiest Swagerman met dezelfde bemanning opnieuw het luchtruim. Deze keer bombardeert hij Duitse transporttoestellen, die op het hulpvliegveld Ockenburg bij Den Haag zijn neergestreken. De opdracht wordt met succes uitgevoerd: 4 geparkeerde Junkers Ju-52's worden vernietigd. 
Op de terugweg naar Schiphol wordt Swagermans toestel door Duitse jachtvliegtuigen onderschept. Na een uitwijkmanoeuvre boven de Noordzee wordt de '855' door een granaat getroffen en stort in zee. Swagerman ontdoet zich een halve kilometer voor de kust van zijn valschermharnas en zware vliegerkleding. Als enige van zijn bemanning weet hij zwemmend het strand te bereiken. 's Avonds meldt hij zich weer op Schiphol.

De volgende middag vertrekt Swagerman met de T-V '856' om de noordelijke Maasbrug bij Rotterdam te bombarderen. Hoewel alle bommen op het doel worden geworpen, kan de brug niet voldoende worden beschadigd. Op de terugweg wordt de '856' door Messerschmitt Me 110's aangevallen. De T-V weet echter te ontkomen en bereikt ongedeerd Schiphol.
Op 13 mei heeft de BomVa (de ´Bombardeervliegtuigafdeling´) nog maar één bommenwerper beschikbaar. Dit laatste toestel wordt ingezet om de Moerdijkbrug met mijnbommen te bombarderen. Swagerman vertrekt met dit toestel en neemt daarbij de plaats in van een gehuwde collega, die in eerste instantie voor de opdracht is aangewezen. Hij weet de brug te bereiken maar het bombardement wordt geen succes: de eerste bom ontploft in het water, de tweede komt wel vlak naast een van de brugpeilers terecht maar ontploft niet.

Swagerman's vliegtuig wordt op de terugvlucht naar Schiphol onderschept door 3 Messerschmitt Me 109's. De Duitse jachtvliegtuigen doorzeven de T-V met granaten, waarna het toestel bij Ridderkerk tegen de grond slaat. De 23-jarige Swagerman komt daarbij met de hele bemanning om te leven.
 
bron: http://www.oorlogsmusea.nl/
Voor deze daden is Swagerman in 1946 posthuum opgenomen in de lijst van dragers van de Militaire Willemsorde. Dit is het monument dat ter ere van Swagerman en zijn bemanning is opgericht. Het is een bescheiden gedenksteen met een plaquette waarop de bemanning herdacht wordt en een kleinere plaquette waarop de verleningsopdracht voor de Willemsorde is afgebeeld:
"Heeft zich in den strijd door het bedrijven van uitstekende daden van moed, beleid en trouw onderscheiden door op 10 Mei 1940 als waarnemer-commandant van een T.V-vliegtuig (een bommenwerper van toenmaals niet modern type) in den vroegen morgen herhaalde malen met zijn vliegtuig vijandelijke vliegtuigen aan te vallen en twee daarvan af te schieten; daarna heeft hij op doeltreffende wijze een bombardement op het vliegveld Ockenburg uitgevoerd, waarbij vier vijandelijke vliegtuigen op den grond werden vernield. Door vijandelijke jachtvliegtuigen afgeschoten zijnde, door een parachutesprong in zee terecht gekomen, zich zwemmend gered en des avonds weer teruggemeld. Op 11 Mei 1940 ondanks aanvallen van sterke vijandelijke luchtstrijdkrachten als commandant van een patrouille van twee vliegtuigen een bombardement uitgevoerd op de Maasbrug te Rotterdam. Op 13 Mei 1940 met een T.V-vliegtuig, slechts beschermd door twee jachtvliegtuigen, onder aanvallen door overmachtig vijandelijke jachtvliegtuigen een bombardement uitgevoerd op de Moerdijkbrug. Is bij de uitvoering van deze opdracht, welke hij op eigen verzoek van een gehuwden collega had overgenomen, gesneuveld."

Dit is de plek waar het gedenkteken is opgericht (in de rode cirkel). Op de parkeerplaats van een tankstation naast een autoweg! Ik weet dat Nederland geen sterke militaire traditie (meer) heeft en minder belang hecht aan oorlogsheldenverering dan landen als Groot-Brittannie of Frankrijk, maar het is wel heel erg typisch Nederlands om (zo´n beetje) de enige luchtheld die Nederland rijk is met een steen van een meter hoog op de parkeerplaats van een tankstation naast een snelweg af te schepen. In een willekeurig buurland was naar Ben Swagerman een plein (of tennisarena) van een majeure stad genoemd en had men daar in het midden voor hem een standbeeld van een meter of vier meter hoog neergezet.
Dat Swagerman zijn Werdegang onder oorlogsomstandigheden moest beleven is tragisch. Het maakt niet uit wat je van oorlog vindt, of hoe je over het vereren van helden denkt, mensen zoals hij kunnen voor iedereen een voorbeeld zijn, niet omdat hij gesneuveld is (daar hoef je weinig voor te doen, sterven is niets om je op voor te laten staan), niet omdat hij Duitsers doodgemaakt heeft, maar vanwege de manier waarop hij handelde voordat hij stierf. Ondanks de risico´s deed hij zijn werk ´above and beyond the call of duty´ en nam hij zelfs een uiteindelijk fatale opdracht over van een pas getrouwde collega. Dat zijn gedenkteken weggemoffeld is op een tankstation vind ik nogal onattent. het gaat misschien wat ver om speciaal voor hem een tennisarena te bouwen, maar ik vind dat Swagerman en zijn bemanning een iets minder bescheiden ereteken verdienen dan wat ze nu hebben. Ik weet het, er zijn duizenden onbezongen en onbekende helden die helemaal geen standbeeld hebben en ook nooit zullen krijgen, maar de helden die we wel hebben, mogen we misschien wel wat meer koesteren.


Dit is de eerste in een reeks berichten over mensen waar ik (om uiteenlopende redenen) tegen op kijk, of die (om even uiteenlopende redenen) van invloed op mijn denken en doen zijn geweest.

Roebroeks (dr.), Roebroeks (hnd.) & Raczynski Henk (drs.)

Nederland is nu officieel een bananenrepubliek

Ik keek de laatste jaren altijd een beetje neer op de VS als een soort bananenrepubliek van de meest arrogante soort. Je weet wel, het soort land dat geleid wordt door een incompetente idioot die door middel van een staatsgreep aan de macht is gekomen en daarna ook nog er in slaagt is om zijn coup te legitimeren door de mensen zover te krijgen om het in de eerstvolgende verkiezing in het zadel te houden. Daarna verklaart deze dictator de oorlog aan een godsdienst en als hij er achter komt dat je een idee niet kan aanvallen (iemand zal het hem op een gegeven moment wel hebben uitgelegd) besluit hij om van een groot gedeelte van zijn bondgenoten vijanden of op zijn minst gebrouilleerde vrienden te maken door zijn oorlogsverklaring uit te breiden naar zo´n beetje de hele wereld.

Helaas is Nederland hard op weg om de achterstand met de VS in te halen. Hadden we in de vorige regering een partij die evolutie ontkent op basis van een fictief werk gecomponeerd door Bronstijdnomaden met een hekel aan vrouwen, nu wordt het land bestuurd door een zeer instabiele coalitie van christendemocraten en liberalen. Omdat deze twee geen meerderheid in de kamer kregen en uit kinderachtige rancune niet met linkse partijen wilden samenwerken zijn ze een onzalig pact aangegaan met Gekke Geert en zijn verzameling delinquenten, halve zolen en fanatiekelingen.
De onverholen en genante honger naar macht van Rutte en Verhagen heeft hun dusdanig verblind dat ze er mee akkoord zijn gegaan dat de PVV geen verantwoording hoeft te dragen noch af te leggen, maar wel een hele dikke vinger in de pap heeft bij het bepalen van het beleid van de regering. Daardoor is de PVV in staat om haar rancuneuze en fascistische ideologie aan het Nederlandse volk op te dringen terwijl ze tegelijkertijd de twee regeringspartijen de kans geven om in een ongelofelijk kortzichtige en wraakzuchtige kruistocht diezelfde verzorgingsstaat te ontmantelen die het merendeel van de fractieleden in de eerste plaats in staat heeft gesteld om een opleiding te volgen. En dit gebeurt dan allemaal in de naam van het ´opruimen van de troep´ die volgens het onzalige triumviraat achtergelaten is door de vorige regeringen, waarbij ze er stilletjes aan voorbij gaan dat zijzelf (in ieder geval het CDA) aan diezelfde coalities hebben meegedaan).

Het kapitalisme heeft zo zijn voordelen, maar de VVD lijkt steeds meer (of steeds openlijker) te neigen naar een keihard, asociaal ieder-voor-zich kapitalisme dat veel meer gemeen heeft met de verwerpelijke neoconservatieve stroming uit de VS dan met de denkbeelden die aan de wieg van het Nederlandse liberalisme stonden. Als de VVD nu haar zin krijgt (waarin het CDA schaapachtig mee zal gaan, daar ontbreekt het totaal aan visie en zij doen enkel mee omdat ze hun greep op de macht niet willen loslaten), dan wordt de betrokkenheid van de overheid op alle fronten tot dicht bij het nulpunt afgebroken.
Dit wordt dan allemaal gepresenteerd onder de noemer van economische bezuinigingen om Nederland van het bankroet te redden dat dreigt na de Economische Crisis™, wat op mij een beetje oneerlijk over komt; de crisis is veroorzaakt door banken die door de (vorige) Nederlandse regering van de ondergang gered zijn door het investeren van tientallen miljarden euro´s belastinggeld. De huidige de huidige regering heeft dan de euvele moed om de vorige te verwijten dat deze al dat geld heeft uitgegeven waarna ze ´de troep gaan opruimen´ door de burger nogmaals de rekening te presenteren in de vorm van miljardenbezuinigingen die permanente en onherstelbare schade aan zullen brengen aan het onderwijs, de zorg, de sociale voorzieningen, het Nederlandse landschap en erfgoed en de kunsten. De banken mogen intussen weer op oude voet doorgaan met het scheppen van de randvoorwaarden voor de volgende, op deze manier onvermijdelijke, crisis.
Dit is een buitengewoon gevaarlijke ontwikkeling. Ik kan me de noodzaak van matiging en bezuinigingen voorstellen, maar het tempo en de voortvarendheid waarmee we dit nieuwe beleid door de strot geramd krijgen lijken meer te maken te hebben met ordinair revanchisme en een ernstig gebrek aan kennis over het functioneren en het belang van de verzorgingsstaat dan met een goed doordachte socio-economische theorie.

De Nederlandse verzorgingsstaat is te danken aan de inzet van socialistische en/of sociaaldemocratische partijen in de tweede helft van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw en wordt sindsdien fanatiek verdedigd door ´links´. Wat mij betreft is dat een goede zaak. Sinds het ontstaan van nationale staten heeft De Staat meerdere functies gehad, meestal voornamelijk ten gunste van de rijken en machtigen. In de 19e en 20e eeuw is de rol van de overheid (tenminste in de meeste Europese landen), niet in de laatste plaats door de gruwelen van twee wereldoorlogen en de vreselijke dingen die verschillende totalitaire regimes hun burgers hebben aangedaan, geleidelijk verschoven in de richting van het beschermen en verzorgen van haar burgers; de verzorgingsstaat.
Dat klinkt betuttelend, maar er is een verschil tussen dictatoren die hun burgers betitelen als ´hun kinderen´ en er als overheid voor zorgen dat iedereen die in je land woont in gelijke mate de mogelijkheid heeft om zijn kinderen naar school te sturen en naar de dokter te gaan. De ´betutteling-theorie´ is populair bij liberalen omdat zij schijnbaar het verschil niet (willen) zien tussen een verzorgingsstaat en de planeconomie van het communistische type waarin individuele inzet en ondernemingslust verstikt worden.
Dit argument loopt echter ernstig mank. In de eerste plaats is er niet per definitie iets mis met (een zeker mate van) planeconomie. De economieën van de meeste rijke landen hebben veel meer planmatige trekken dan de rijken die er wonen toe willen geven, zeker aangezien ze hun welvaart voor een deel precies daaraan te danken hebben. Een verzorgingsstaat hindert niemand om zich schaamteloos ten koste van andere te verrijken, sterker nog, ze hebben er voordeel van. Het geld dat zij via belastingen in de verzorgingsstaat investeren is een schijntje in vergelijking wat zij er voor terug krijgen. Een gezonde arbeider die zich geen zorgen hoeft te maken over of hij zijn kinderen naar school kan sturen is een productieve arbeider. Ha-Joon Chang legt dit allemaal veel beter en eleganter uit dan ik ooit zou kunnen, dus lees zijn excellente boek over de vele dingen (23, om precies te zijn) die kapitalisten je niet vertellen over het kapitalisme.

Na dit appèl aan de ratio van de regering (of liever gezegd, hun beurs), wil ik echter met klem benadrukken dat er op moreel vlak niets, maar dan ook niets belangrijker is voor een regering dan het in stand houden van de verzorgingsstaat!
Ik ben geen rijk man (my tailor is rich...), dus ik heb zelf geen direct belang bij sociale voorzieningen, maar ik profiteer wel van voorzieningen in de gezondheidszorg en pensioenen (nog wel, tenminste), maar zelfs als ik zo rijk was dat ik daar allemaal geen behoefte aan zou hebben, vind ik het de morele plicht van de overheid om zorg te dragen voor die burgers die, om wat voor reden dan ook, dat niet zelf kunnen doen. Wat mij betreft is dat zelfs met afstand de belangrijkste functie van de overheid. Vóór de EU, vóór de VN, vóór welk soort supra-nationale betrokkenheid dan ook, komt de verantwoordelijkheid van welke regering dan ook om er voor te zorgen dat haar burgers het goed hebben. 
En nee, dat is niet goedkoop. Het is zelfs verschrikkelijk duur, maar het is elke euro waard. Als Nederland zichzelf als beschaafd willen blijven betitelen, dan kunnen we maar beter de bereidheid tonen om de centen daarvoor op te hoesten. Dat betekent betalen voor fatsoenlijk onderwijs, voor fatsoenlijke gezondheidszorg (en de controle hierover en passant ook weer uit de hebberige klauwen van de van de verzekeringsmaatschappijen wringen), voor uitkeringen voor mensen zonder werk. Dat betekent ook betalen voor cultuur, zelfs als je het lelijk vindt en betalen voor het beschermen van ons culturele en natuurlijke erfgoed. De verzorgingsstaat met al zijn subsidies is misschien duur, maar het is wel de prijs van de beschaving zelf.

Het ziet er niet best uit. Ook als ben in geen aanhanger van VVD of CDA, ik hoopte dat de leiders van deze partijen intelligente mensen waren (dat is niet helemaal waar, ik hoopte dat Mark Rutte een intelligente man zou zijn, Maxime Verhagen is altijd al een akelige, hypocriete, machtsgeile egoïst geweest). Ik ben bang dat ik diep teleurgesteld werd. De staatssecretarissen van cultuur en ´landbouw en innovatie´ zijn zelfverklaarde anti-intellectuelen die ten enen male de mentale capaciteit (of goede wil als ik aardig wil zijn) ontberen om verder te kijken dan hun neus lang is. Ze zouden prima passen in die afschuwelijke bende anti-intellectuele schreeuwerige proleten die de vrijheid verkrachten in wat zij de ´Partij voor de Vrijheid´ noemen.

De PVV is de laatste jaren geleidelijk aan steeds populairder geworden. Ze doen hun uiterste best om elk denkbaar probleem in de schoenen van de islam te schuiven. Het zou me niet verbazen als ze een dezer dagen met het bewijs komen dat de koran verantwoordelijk is voor de fileproblemen op de ring rond Amsterdam. Daarnaast is Gekke Geert opzettelijk kwetsend in het isoleren van alleen de islam als de bron val alle kwaad, terwijl hij tegelijkertijd een sterke pro-Israel houding aanneemt. Ik geloof niet in goden dus persoonlijk raakt het me niet, maar om de islam een politieke ideologie te noemen en dan te ontkennen dat het jodendom (tenminste op de manier waarop het in Israel misbruikt wordt) en het militante christendom zoals dat in de VS onder andere beleden wordt géén politieke ideologieën zijn is een gotspe.
Dat is op zichzelf natuurlijk niet het probleem. In een democratie hebben ook complete idioten die overkoken van haat en rancune het recht om hun mening publiek te maken. Het probleem is dat Wilders et. al. opzettelijk en berekenend hypocriet, vulgair en belligerent zijn in alles wat zij zeggen of doen. De hielenlikkers van de PVV laten zich er op voor staan dat zij opzettelijk onbeschoft, kwetsend en discriminerend zijn, maar schreeuwen als eerste ´vrijheid van meningsuiting´ als iemand hun daarop aanvalt. Ze dragen hun gebrek aan fatsoen en verfijning als een ereteken en zijn te dom en/of zelfingenomen om te beseffen dat zij het land daarmee geen plezier doen. Ze hebben de aanstootgevendheid tot norm verheven en ze zijn daarmee naar mijn neming het politieke discours in negatieve zin aan het veranderen.

Regeringen komen en gaan en akelige kleine persoonlijkheidscultussen als de PVV zijn er ook altijd geweest, ook al is de PVV met afstand de onsmakelijkste. Ze komen kortstondig op en zakken dan weer weg in vergetelheid om na verloop van tijd vervangen te worden door de volgende infectie die op komt borrelen. Mijn grootste angst nu is echter dat de PVV weliswaar ooit wel weer onder haar steen terug zal kruipen, maar dat ze hun erfenis achterlaten in de vorm van een permanente verandering van de manier waarop politici of politieke partijen met elkaar om menen te moeten gaan. De huidige regering is al besmet door de PVV. Als men de toon die gebezigd wordt beschouwd (´afrekenen met...´, ´puinhopen opruimen´, ´linkse rommel´) en de manier waarop zij blijkbaar bezig zijn met het vereffenen van een rekening (waarbij niemand schijnt te weten van er dan precies vereffend dient te worden), dan moet je toch ernstig vrezen dat de doos van Pandora al geopend is. Frits Bolkenstein vergeleek Wilders met strovuur en daarin heeft hij waarschijnlijk (gelukkig) gelijk, maar ook strovuur kan veel schade aanrichten.

De huidige constellatie van haat, hebzucht, afgunst, rancune en wraakzucht heeft, ben ik bang, de Nederlandse politiek permanent en in zeer negatieve zin veranderd. De permanente en onherstelbare schade waarover ik hierboven berichtte heeft niet alleen betrekking op de gevolgen van het beleid van de zittende regering. Doordat de apparatsjiks Rutte en Verhagen hun partijen uit pure machtshonger en egoïstische persoonlijke ambitie verkocht hebben aan de PVV en door de arrogante en rancuneuze wijze waarop ze hun visieloze beleid presenteren, hebben ze volgens mij de deur opengezet voor een eindeloze cyclus van vergelding zoals die in de VS al stevig gevestigd is: één ´kant´ wint de verkiezingen en probeert beleid te implementeren, waarna bij de eerstvolgende regeringswissel ´de andere kant´ twee jaar verspilt met het ongedaan maken van het beleid van hun voorganger voordat ze zelf aan de lag gaan en bij de volgende regeringswissel herhaalt het scenario zich, met als gevolg dat er niks of in ieder geval heel weinig verandert.
In Nederland zijn regeringen doorgaans van gemengde politieke signatuur en ik heb het idee dat dit in het algemeen vrij goed werkte. Ik denk dat een socialistische heilstaat even erg (en onhaalbaar) is als een kapitalistisch Utopia, maar ergens in het midden kun je van de beste elementen van beide systemen volgens mij prima beleid destilleren. Misschien is het niet altijd even leuk voor de mensen in de regering, die moeten samenwerken met mensen met soms tegengestelde denkbeelden (maar hé, als je dat niet leuk vindt, dan zoek je toch een andere baan), maar wel voor het Nederlandse volk.

Ik verwijt de PVV dat zij zo´n destructieve, nihilistische kracht zijn, ook als is dat in essentie het enige dat ze kunnen zijn. Zij bestaat uitsluitend om het heersende ressentiment te exploiteren, om te teren op afgunst en deze te misbruiken voor hun persoonlijke politieke gewin. Ik verwijt VVD en CDA dat zij zijn ingegaan op de deal met de PVV, waardoor ze mijns inziens toestaan dat het politieke discours in Nederland dusdanig gebanaliseerd wordt dat we moeten vrezen dat de Nederlandse politiek vanaf nu gaat bestaan uit een eindeloze, neerwaartse spiraal van wederzijdse uitsluiting die alleen maar kan leiden tot een verlammend gebrek aan vooruitgang waarvan de Nederlandse burgers uiteindelijk het slachtoffer zijn, niet alleen omdat zij de prijs betalen voor wat in essentie een strijd van opgeblazen ego´s is, maar ook omdat dat er toe zal leiden dat zij alle vertrouwen in de politiek zullen verliezen en zich er van af zullen keren. Dan (nu!) is de Nederlandse democratie pas echt in het gevaar.

Hoera voor de Tunesiërs, de Egyptenaren, de Libiërs en alle andere mensen in het Nabije Oosten die voor hun rechten opkomen!

Geschiedenis wordt doorgaans terugblikkend geschreven, maar ontvouwen zich processen af waarvan je het gevoel krijgt dat er geschiedenis geschreven wordt waar je bij staat. Ik kan me nog zeer levendig herinneren wat er voor een golf van spanning en emotie door de wereld ging aan het einde van de jaren tachtig toen het Oostblok uit elkaar begon te vallen en er een einde kwam aan de Apartheid in Zuid-Afrika.
Het was voor iedereen duidelijk dat hier veranderingen op til waren die niet meer te stoppen waren en die het aanzicht van de wereld voorgoed zouden veranderen.
Wie zonder brok in zijn keel kan kijken naar beelden van Oost-Duitsers die over de Berlijnse Muur klimmen, van tanks in Roemenië voorzien van een vlag met een gat waar het symbool van de communistische partij zat voordat het leger de kant van het volk koos, of van Nelson Mandela die als vrij man en toekomstig leider van een nieuw Zuid-Afrika de poort van zijn gevangenis uitloopt is niet alleen een harteloze ploert, maar heeft ook een bord voor zijn hoofd waar Gekke Geert nog wat van kan leren. Ik weet nog dat ik in 1989/1990 iedere dag vol spanning de TV aanzette (internet, wat is dat?) en dat maandenlang de energie van het beeldscherm knetterde. Iedereen die ik kende zat met samengeknepen handjes te duimen voor de Russen, de Duitsers (ja, zelfs de Duitsers!), de Roemenen en de Tsjechen. Land na land wist zich te ontworstelen aan de gesel van de Sovjet-overheersing. Eindelijk zouden zij ook vrij zijn!
Gebeurtenissen van dergelijke aard maken duidelijk emoties en verwachtingen los die misschien wat hoger gespannen zijn dan de werkelijkheid waar kan maken, iets dat de inwoners van het voormalige Oostblok aan den lijve ondervonden hebben. Desalniettemin heb ik het gevoel dat het leven in die landen in algemene zin verbeterd is ten opzichte van de oude tijden. Natuurlijk is niet alles koek en ei (denk aan een land als Wit-Rusland), maar ik heb het idee dat er in dat deel van de wereld nu minder mensen ongelukkig zijn dan voor 1989, en dat is misschien ook wel wat waard.

Ik vind het in dat opzicht verbijsterend dat er zo lauw gereageerd wordt op de machtsverschuivingen die op dit moment gaande zijn in de Arabische wereld! Als je kijkt naar Egypte en Tunesië en nu naar Libië, hoe kun je dan niet bevangen worden met eenzelfde gevoel van opwinding en betrokkenheid als in 1989? Natuurlijk is in Libië niemand geholpen met mijn betrokkenheid, maar hoe kun je onverschillig blijven? Ik schiet vol als ik op het journaal, Youtube, Al Jazeera of in de krant de verhalen zie van eenvoudige mensen die een juk van decennia afgeworpen hebben, of daar nu mee bezig zijn. Het optimisme en de hoop die uit hun verhalen spreekt kan alleen maar een inspiratiebron zijn.
Ik heb een tijdje in Leipzig gewoond en daar gesproken met mensen over hoe het in de DDR was en wat het verschil met de BRD was en ik hoor nu dezelfde verhalen, dezelfde passie en hoop, hetzelfde besef dat het niet allemaal in een paar maanden geregeld zal zijn, maar verdomme, we gaan het doen!

Ik realiseer me dat spelen met plaatjes een gemakkelijke en overgesimplificeerde manier is om te scoren, maar de parallellen tussen Oost-Europa in 1989/1990 en de Arabische wereld in 2010/2011 zijn volgens mij onmiskenbaar. Ook nu is een kettingreactie ontstaan en ook nu is de reikwijdte daarvan op voorhand moeilijk te voorspellen. Desalniettemin denk ik dat de meeste Arabische regeringsleiders, inclusief dat nare mannetje in Iran (dat geen Arabier maar een Pers is), wel wat ongemakkelijk zullen slapen.

De voornaamste reden voor de terughoudendheid van de Westerse regeringsleiders en burgers in het ondersteunen van wat er nu in Noord-Afrika en het Nabije Oosten gebeurd is zonder twijfel de islamofobie die door de zittende machten in de laatste twintig jaar actief is gecultiveerd.
Toen het communistisch machtsblok uit elkaar viel betekende dat (in ieder geval in het toen preferente, overzichtelijke wereldbeeld) dat de voornaamste vijand van het Westen ´vanzelf´ het veld ruimde. Waar het Westen als machtsblok niet op gerekend had, volgens mij, is dat het zichzelf toen geconfronteerd zag met een gebrek aan bestaansrecht. In de gepolariseerde wereld van de Koude Oorlog was het niet zo moeilijk om de NAVO en alles wat daar omheen hing te verkopen aan de burger, maar nu de aartsvijand plotseling weg was, zag men zich geconfronteerd met een bijzonder onoverzichtelijke situatie waarin allerlei landen en groeperingen om allerlei redenen een ´veiligheidsrisico´ begonnen te vormen. De moeilijkheid met al deze verschillende problemen was dat ´het Westen´ en/of de NAVO absoluut niet in staat waren om daar op te reageren op de manier waarop zij dat gewend waren.
Gelukkig diende zich op tijd een nieuwe, op het eerste gezicht overzichtelijke, vijand aan; de islam. Begin jaren negentig begonnen groeperingen als Al Qaida zich hoorbaar te maken en voordat iemand het in de gaten had was er sprake van een wereldwijde beweging van fundamentalistische groeperingen die iedereen wilden bekeren of vermoorden. De aanslagen in New York en Washington en later in Londen en Madrid, gaven alleen maar meer geloofwaardigheid aan deze theorie. Het simpele feit dat Al Qaida cum suis ook in de islamitische wereld een marginaal clubje is (op een paar landen zoals Somalië en Afghanistan na), hoefde op geen enkele manier in de weg te staan van de realiteit. Daarmee wil ik overigens op geen enkele manier afbreuk doen aan de ellende die ze veroorzaken en veroorzaakt hebben en de vernietigende greep die ze op met name voornoemde landen hebben, maar dat zijn, ondanks de retoriek van de belligerente partijen, volgens mij vooral ´lokale´ problemen. Het is moreel terecht dat de wereld zich het lot van de mensen in die landen aantrekt, maar in hoeverre dat de huidige oorlogen in Irak (waar Al Qaida overigens pas na het zogenaamde ´geallieerde´ ingrijpen een poot aan de grond kreeg) en Afghanistan rechtvaardigt is hoogst twijfelachtig.

Dat is allemaal in zoverre een gepasseerd station dat het weinig zin meer heeft om nog over de motivaties van de schuldigen voor het ontketenen van deze oorlogen de discussiëren (en nee, het gebruik van het begrip ´schuldigen´ is niet toevallig), maar waar ik wel op aan wil sturen is het anti-moslim klimaat dat door deze hele ontwikkeling ontstaan is. Als je de wat ´rechtsere´ media moet geloven schuilt er achter ieder probleem ter wereld een moslim, hoewel de wat ´linksere´ media daar de laatste jaren even hard aan mee doen, want zeg nou zelf, je moet wel kijkcijfers kunnen overleggen. In ieder geval is het ´islamitische gevaar´ in zoverre in het collectieve onderbewustzijn doorgedrongen dat iedereen overal in de coulissen de bebaarde Broeders ziet staan wachten om het roer over te nemen en de sharia in te voeren.

Gekke Geert en zijn clubje rabiate semidelinquenten kunnen het niet laten om keer op keer te hameren op de ´tsunami van moslims´ en andere belachelijke en rascistische superlatieven, maar als er iets is dat bewijst dat Wilders uit zijn aars praat is het wel de revoluties in Tunesië, Egypte en Libië en de betogingen en het volksoproer in verschillende andere Arabische landen.
Gelukkig ben ik niet de enige die dit heeft opgemerkt, maar het is toch opvallend dat in alle informatie en beelden die uit deze landen beschikbaar zijn naar voren komt dat het om seculiere, sociale revoluties gaat. Het feit dat mensen op het Tahrir-plein gezamenlijk wilden bidden doet daar niets aan af. Nergens (op incidentele uitzonderingen na) waren de gebruikelijke davidsterren of brandende Amerikaans vlaggen te zien. Mannen en vrouwen, met of zonder baarden en hoofddoeken eisten gerechtigheid, geen religieuze dictatuur. Deze mensen willen alleen maar wat wij ook hebben, maar wat nog veel belangrijker is, ze willen het daar! De Tunesiërs, de Egyptenaren, de Libiërs, de Jemenieten en al die andere mensen in de Arabische wereld willen niet naar Nederland komen om hier een islamitische staat te stichten. Evenmin zijn er niet op uit om de (over het algemeen door ´het Westen´ gesteunde) regeringen omver te werpen zodat ze deze kunnen vervangen door een andere (religieuze) dictatuur, ze willen democratie en ze willen vrijheid. Of en in hoeverre ze daarbij moslim zijn speelt net zo min een rol als bij Europeanen en Amerikanen. Om met de demonstranten in Egypte te spreken: ´de jaren negentig zijn voorbij´.
Dat wil niet zeggen dat het moslimfundamentalisme geen probleem meer is, of dat alle problemen omtrent moslims nu als sneeuw voor de zon verdwijnen, maar één ding is duidelijk: ´De Moslim´ (om even een van Wilders´ pejoratieve etiketten te gebruiken) is niet geïnteresseerd in de fundamentalistische islam. Het enige dat ze willen is het recht hebben om van tijd tot tijd in een moskee op hun knieën te liggen. Volgens mij zitten ze daarmee niemand in de weg, net zomin als de christenen en joden die zichzelf ook graag periodiek aan hun goden willen onderwerpen.

Dus; schande voor de westerse landen die zich plotseling helemaal niet geroepen voelen om een oordeel te vellen omdat er dit keer voor hun misschien wel geen voordeel uit te halen is!

En hoera voor de Tunesiërs, de Egyptenaren, de Libiërs en alle andere mensen in het Nabije Oosten die voor hun rechten opkomen!

Nederlands

Ik ben gisteren met dit weblog begonnen en ik had in eerste instantie het idee dat ik dat in het Engels moest doen. In de loop van vandaag is me echter duidelijk geworden dat ik niet echt voor mezelf kon verwoorden waarom dat nou zo belangrijk was en eigenlijk heb ik toen geconcludeerd dat het negens op slaat. Bovendien kan ik mezelf in het Nederlands veel makkelijker uitdrukken dan in het Engels, dus waarom doe ik eigenlijk zo moeilijk.

Op grond daarvan heb ik het wijze besluit genomen om niet nodeloos ingewikkeld te doen, en gewoon op het Nederlands over te stappen. Gelukkig heeft mijn (voor het willen onderhouden van een weblog noodzakelijke) geldingsdrang nog niet dusdanige vormen aangenomen dat ik weken bezig ben om alles te ´terugtalen´.

Stijl of een dikke bankrekening?

´s Anderendaags liep ik de stad in om te borrelen met een vriend en ik had me gekleed voor de gelegenheid. Onderweg passeerde ik een paar kerels die min of meer in koor uitriepen dat ´ik waarschijnlijk wel VVD zou stemmen´. Ze bedoelden het niet verkeerd en we kletsen een paar minuten, waarna ik mijn weg richting de kroeg vervolgde, maar de dag erna moest ik wel weer denken aan wat ze zeiden. Ik hoor wel eens vaker opmerkingen van die strekking: ´je ziet er uit als een directeur´. 
 Francesc Ferrer i Guàrdia
Het punt is alleen dat ik helemaal niet aan het proberen ben om er rijk uit te zien (dat heeft volgens mij ook weinig zin als je het niet echt bent), ik probeer mijzelf goed te kleden! Blijkbaar associëren mensen dat tegenwoordig meer met rijkdom dan met elegantie. Ik vind dat verbazingwekkend. Ik snap ook wel dat kledingvoorschriften in de afgelopen decennia een stuk informeler zijn geworden en dat is op zich ook prima; mode is nou eenmaal aan verandering onderhevig, maar het is ook nog niet zo heel lang geleden dat kledingvoorschriften bepaald werden door gelegenheid en niet door rijkdom (de kwaliteit van die kleding is een ander verhaal, die is wel degelijk afhankelijk van de inhoud iemand´s beurs).
Bovendien vind ik het buitengewoon opvallend dat kledigstijl geassocieerd wordt met politieke voorkeur. Alsof je er als een pauper moet bijlopen als je iets anders dan liberaal bent. Wie foto´s van politici tot aan de jaren zestig bekijkt, zal zien dat ze allemaal even formeel gekleed gaan. Zelfs de anarchisten staan er toch redelijk patent bij.

Om heel eerlijk te zijn denk ik dat ik helemaal niet zo veel plezier zou hebben in het dragen van de kleren die nu zo fijn vind als ze nog steeds deel uit zouden maken van de verstikkende sociale conventies waarvan zij een laatste tastbare restant zijn.


Wat betreft het borrelen, de drankjes waren fijn en de gesprekken zeer aimabel, maar net na het afscheid wilde ik naar huis lopen toen mijn hoed door een windvlaag met een (heel elegante, dat dan weer wel) boog in de Nieuwe Rijn verdween. Ik liep naar de waterkant, en stond daar een tijdje een beetje besluiteloos te kijken naar mijn hoed, terwijl deze zich langzaam vol zoog met water en begon te zinken. Ik dacht er even aan om hem op te geven en naar huis te gaan, maar ik heb deze hoed al bijna vijftien jaar. Het is oorspronkelijk mijn veldwerkhoed (ik ben archeoloog, dus dan heb je die) en is daardoor al een beetje gepokt en gemazeld, maar aan de andere kant was dat precies de reden waarom ik mij niet zomaar kon omdraaien en weglopen. Mensen die kleding dragen van serge de Nîmes verhalen wel eens van een broek die zo lekker zit dat ze er pas afscheid van kunnen nemen als hij bijna letterlijk van hun derrière valt. Zo ver wil ik het niet laten komen, maar ik begrijp wel wat ze bedoelen.
Komt ook nog één of andere gozer aan omdat hij dacht dat ik in het water stond te plassen en het hem wel gezellig leek om naast mij hetzelfde te gaan doen. Nadat ik de situatie uitgelegd had was hij zo vriendelijk om een paar meter stroomafwaarts te gaan. Toen stak er een windje op en werd mijn hoed naar de kant geblazen, waar ik hem kon bergen.
Je kon van tevoren al aan hem zien dat hij zijn beste tijd wel gehad had, maar nu ziet hij er deplorabel uit. De vorm is er uit en hij hangt nu als een soort vilten tent op mijn hoofd, dus ik kan hem eigenlijk niet meer met goed fatsoen dragen. Toch heb ik mijzelf er nog niet toe kunnen brengen om hem weg te gooien. Ik ga (hopelijk) in juni/juli weer naar Armenië voor veldwerk en misschien moet ik hem daar nog mee naar toe nemen voor een waardig afscheid.

Een nieuw begin

Afgelopen maandag heb ik mijn laatste werkdag bij RAAP gehad. Ik heb daar zes jaar met plezier gewerkt, maar in de tweede helft van 2010 begon mij toch steeds duidelijker te worden dat ik aan verandering toe was. Dat is overigens heel wat anders dan ook weten op welke manier die verandering dan daadwerkelijk dient te worden vormgegeven. Na het overwegen van een aantal alternatieven werd het starten van een eigen bedrijf steeds aantrekkelijker. Niets menselijks is mij vreemd, dus ik heb nog wat tijd laten verstrijken met dubben over of het wel echt, echt, echt een goed idee was en met het op een rijtje zetten van de voor- en nadelen.

Welnu, vanaf 1 maart 2011 ben ik directeur (en enige werknemer) van Ex-Situ Silex. Vanaf nu werk ik zonder veiligheidsnet. Het voordeel is wel dat ik (hopelijk) aanzienlijk meer controle zal hebben over wat ik al dan niet moet, kan, of wil doen. Het nadeel is dat geen werk ook geen pecunia betekent. Het allerbelangrijkste is echter voor mij denk ik wel dat ik vanaf nu vrij ben om mein eigen weg te kiezen op mijn eigen voorwaarden.

Eeen positieve bijwerking is dat ik veel van uit mijn eigen huis zal werken, wat een goede zaak voor Roebroeks (hond) is. Die zal nu een stuk minder vaak alleen thuis zitten. Roebroeks (hond) is een zeer ervaren veldwerkhond en hij is in het verleden heel veel mee geweest tijdens mijn archeologische veldwerkzaamheden, maar door een, laten we zeggen, onverwachte en ongelukkige wijziging in het beleid bij RAAP was dat een maand of zes, zeven geleden opeens afgelopen. Dat heeft mij in de tussentijd aanzienlijke stress en schuldgevoelens opgeleverd, maar daar kan hij dan nu misbruik van gaan maken.
 
Roebroeks (hond) en een roedel archeologen
Ik heb het er alle vertrouwen in dat het gaat lukken. Ik heb gisteren het eerste geld verdiend met een kleine opdracht voor Conserf, dus het begin is er. Wat nog veel belangrijker is, is dat ik aan het einde van de dag naar huis liep en tot de ontdekking kwam dat ik dat met een (waarschijnlijk maniakale, maar daar kan ik zelf geen uitspraak over doen) grijns op mijn gezicht aan het doen was. Ik had die dag plezier op mijn werk gehad! Dat was iets dat ik al een paar maanden nauwelijks meer ervaren had. Ik zou wel aan dat zelfstandig ondernemen kunnen wennen, denk ik (totdat zich natuurlijk de eerste tegenslag aandient en ik het allemaal onmiddellijk niet mee zie zitten).