Vrienden, matties en bloedbroeders. O ja, en de dood II

Vandaag ben ik naar de begrafenis van het zoontje van mijn vrienden geweest. Ik was er al niet van uit gegaan dat het gezellig zou zijn, maar het voelde nog veel erger dan ik had verwacht.
De kerk waarin de begrafenis plaatsvond was te klein voor alle bezoekers, dus ik heb de zaak van buiten gevolgd. Daar waren speakers en bankjes neergezet.

Na afloop van de dienst, voordat de kist naar buiten gedragen werd, verzamelde de ‘oude garde’ (een vreselijk cliché, maar ik weet even geen betere term) die in groten getale waren komen opdraven, zich druppelsgewijs op één plek. Het was een droevige ervaring om deze mensen, waarvan ik sommigen al meer dan vijftien jaar niet gezien had, elkaar met roodomrande ogen te zien begroeten. Ouder, grijzer en allemaal even verdrietig. Op hun gezichten waren duidelijk dezelfde sentimenten te lezen die ik mijn vorige post gearticuleerd heb.

Ik ben tot in het diepst van mijn wezen geschokt door de aanblik van mijn vrienden die hun eigen zoontje ten grave dragen. Het gaat wel enige tijd duren voordat ik dat beeld van mijn netvlies heb.
Zoals F., één van mijn vrienden, door zijn tranen heen tegen me zei toen we elkaar omhelsden: ‘We zijn nu volwassen. We kunnen nu niet meer doen alsof we diezelfde idiote tieners van twintig jaar geleden zijn. Speelkwartier is voorbij.



Vrienden, matties en bloedbroeders. O ja, en de dood.

´Wem der große Wurf gelungen, eines Freundes Freund zu sein…´ schrijft Schiller in zijn Ode an die Freude. Deze welhaast passieve definitie van vriendschap heeft mij altijd aangesproken omdat het de ziel van vriendschap raakt; je hebt behoorlijk gezwijnd als je jezelf iemands vriend mag noemen. Ik beschouw mijzelf als een gezegend mens dat ik een divers gezelschap tot mijn vriendenkring mag rekenen, maar vrienden zijn er onvermijdelijk in gradaties. 

Je hebt kennissen, maatjes, matties, vrienden, goede vrienden, beste vrienden, boezemvrienden, broeders en bloedbroeders, allemaal gedefinieerd door de mate van gedeelde ervaringen, emoties en verleden (dit is overigens een goed moment om u gerust te stellen dat ik geen registerkaartensysteem bijhoud met een getrapt systeem van vriendschapsstatussen). Niet iedereen kan je beste vriend zijn en dat is niet erg.
De mensen die ik als mijn ´beste vrienden´ beschouw en waarvan ik reden heb om aan te nemen dat dat wederzijds is, zijn een zeer klein gezelschap. Niet ´select´; vrienden zoek je niet uit, die beperktheid is volgens mij een eigenschap van de intensiteit van de vriendschap. Het soort vrienden dat weliswaar een wenkbrauw optrekt en naderhand misschien prijs stelt op een verklaring, maar dat niet aarzelt als je ’s nachts onder hun balkon verschijnt en in het donker omhoog fluistert dat je dringend verlegen zit om drie schone onderbroeken, een sinterklaasbaard, een alibi voor 30 april, een vals paspoort, een logeeradres, contacten met de onderwereld ter plaatse en 250 euro als financiering van een enkele reis naar Spaans Baskenland en zakgeld voor de eerste dagen (puur hypothetisch gesproken, natuurlijk).

Daarnaast is er (deels overlappend) een wat grotere groep mensen die ik in mijn register onder goede vrienden zou willen scharen. Deze bestaat deels uit mensen die ik van de universiteit ken, maar meer nog uit vrienden uit mijn formatieve jaren in Limburg. Ik noem ze goede vrienden omdat het misschien niet allemaal mensen zijn waar je actieve en/of frequente contacten (meer) mee onderhoudt, maar waarvoor je wel onverminderd affectie voelt omdat ze een belangrijk deel uitmaken van je bestaan. Mensen die je een jaar niet kan zien, maar bij een ontmoeting de draad oppakken alsof dat jaar er niet geweest is.
Ik heb dierbare herinneringen aan een wat los-vast groepje mensen waarmee ik ongelooflijk veel tijd heb doorgebracht tussen zeg mijn zestiende en vierentwintigste levensjaar. Zij hebben deel uitgemaakt van mijn leven in een periode waarin ik mijzelf als persoon aan het uitvinden en definiëren was (wij allemaal, neem ik aan). Ik heb eindeloze dagen, avonden en nachten met hen doorgebracht, drinkend, pratend, lachend, slapend, vrijend (niet met ze allemaal), stoeiend en knuffelend (wel met ze allemaal), discussiërend, soms ruziënd. Mijn wereldbeeld, mijn smaak in kunst, film, literatuur en muziek, mijn gevoel voor humor, mijn aard en inborst (voor wat deze waard zijn) zijn in ieder geval deels gevormd tijdens de talloze, geweldige uren die ik met hen heb doorgebracht. Ik heb bewust en onbewust hun maniertjes en uitdrukkingen gekopieerd en mij zo eigen gemaakt dat ik soms niet eens meer kan onderscheiden wat nou van mij is of wat van één van hen, of van wie dan. Daardoor zijn zij en ik in de meest letterlijke zin van het woord voor altijd met elkaar vergroeid geraakt, onafscheidelijk. Zij hebben mij (mede) gemaakt wie ik ben en periode waarin dat gebeurd is, reken ik nog steeds tot de mooiste momenten van mijn leven.

Vandaag hoorde ik dat één van de kindjes van twee van deze vrienden gestorven is op een leeftijd van nog geen vier jaar. Het zou pathetisch en goedkoop zijn als ik op basis van het voorgaande verhaal zou beweren dat daarmee een deel van mij gestorven is. Het is hun veel te vroeg gestorven kereltje en hun hartverscheurende ellende.

Maar ik kan wel garanderen dat het verrekte veel pijn doet om dergelijk nieuws te vernemen over mensen die mij zo dierbaar zijn.

Tussen Kunst & Kitsch en de archeologie VII

Hieronder de definitieve versie van onze probleemstelling en een aantal stellingen die kunnen bijdragen aan een oplossing. Aan en opmerkingen zijn welkom, via LinkedIn of Facebook. Wel graag genuanceerd. 

Probleem

Er is sprake van intensieve handel in archeologische artefacten die deels legaal, maar deels ook clandestien is. Achter deze handel gaat op internationaal niveau het leegroven van archeologische vindplaatsen schuil. Op grond daarvan is het redelijk om aan te nemen dat een onbekend, maar waarschijnlijk aanzienlijk deel van de archeologische artefacten die verhandeld worden afkomstig is uit illegale context. Dat betekent niet zonder meer dat de huidige eigenaren zelf schuldig zijn aan roof, maar zij helpen ten minste mee aan het in stand houden van dit kwalijke verschijnsel door gestolen waar te kopen. Dit is deels het gevolg van onbekendheid met (internationale) regels en/of het gebrek aan besef dat dit niet door de beugel kan, en soms is er sprake van kwade wil.
Vanwege de groeiende zorg op internationaal niveau over de achteruitgang van het culturele erfgoed is de omgang met het erfgoed vastgelegd in verdragen waarin de deelnemers zich verplichten om het nationale en internationale erfgoed te beschermen tegen vernieling en plunderingen uit commercieel oogpunt (het UNESCO-verdrag uit 1970 en op Europees niveau het Verdrag van Valletta uit 1992).
Tussen Kunst & Kitsch toont met enige regelmaat archeologische artefacten in de uitzending waarvan de herkomst discutabel genoemd mag worden. Deze artefacten worden gepresenteerd als kunstschatten en de eigenaren worden gecomplimenteerd en verheugd met vaak hoge taxaties. Dit heeft een onbedoelde, maar zeer ongewenste stimulerende werking: het wordt aantrekkelijk gemaakt voor kijkers om zelf ook te proberen hun slag te staan. Daarnaast heeft deze aanpak van Tussen Kunst & Kitsch een onbedoelde, maar zeer ongewenste legitimerende werking op eventuele illegale artefacten die getoond en getaxeerd worden en die daarmee van ‘pedigree’ worden voorzien, een in de kunsthandel belangrijke, waarde vermeerderende eigenschap van handelswaar.
Wij houden Tussen Kunst & Kitsch op generlei wijze verantwoordelijk voor de wijze waarop de bij hun getoonde voorwerpen in privébezit zijn beland, maar vinden dat zij een publieke taak hebben om het hierboven uiteengezette probleem onder ogen te zien en (in alle proportionaliteit) aan te kaarten. Wij roepen Tussen Kunst & Kitsch op om hun aanpak te wijzigen en een positieve bijdrage aan de waardering van het Nederlandse en internationale erfgoed te leveren.
Dat is geen eenvoudig of snel proces, maar de handel in beschermde planten- en diersoorten onderging een vergelijkbare bewustwording: iets dat leuk was om mee te nemen van een vakantie, ’kan nu niet meer’ en wordt met afkeuring naar gekeken.
We hebben te maken met een ingewikkeld probleem dat moeilijk in simpele richtlijnen te vangen is, en er is sprake van een spanningsveld tussen twee (elkaar ongetwijfeld deels overlappende) groepen belanghebbenden: één partij voor wie de informatiewaarde van de artefacten prevaleert, en een andere voor wie de esthetische waarde het interessantste is. Wij bieden onderstaande stellingen aan als basis voor een dialoog tussen vertegenwoordigers van de archeologische beroepswereld en Tussen Kunst en Kitsch om te komen tot een werkbaar ‘handvest voor het omgaan met archeologie op televisie’.

Stellingen

1 Archeologisch artefacten horen geen handelswaar te zijn
1.a In het ideale geval vindt er geen handel in archeologische artefacten plaats. Wij realiseren ons dat er een legaal handelscircuit is en dat niet alle artefacten die in de handel zijn een illegale herkomst hebben, maar een groot gedeelte wel degelijk. De waarde van archeologische artefacten schuilt voor een groot deel in hun context, en die waarde gaat verloren door het leegroven van vindplaatsen ten behoeve van de internationale handel. Niet alleen de artefacten, maar ook de vindplaatsen waaruit zij worden verwijderd, worden op deze manier in archeologische zin waardeloos gemaakt. Dit is niet alleen funest voor de archeologie als wetenschap en cultureel erfgoed in het algemeen, maar ook voor de lokale bevolking die ongezien haar eigen geschiedenis kwijtraakt. Op grond daarvan dient het verhandelen van archeologische objecten te worden ontmoedigd;
1.b Het is duidelijk dat het verhandelen van archeologische artefacten voor een aanzienlijke groep mensen aantrekkelijk is. De legale handel in archeologische voorwerpen voorziet in deze behoefte, maar heeft door het principe van vraag en aanbod ook een stimulerende invloed op het illegale circuit. Dit initiatief, noch de door ons nagestreefde verandering in het beleid van de AVRO zullen dit tot stoppen brengen, maar Tussen Kunst & Kitsch kan het publiek informeren over het feit dat handel in illegale archeologische artefacten wereldwijd schade veroorzaakt aan archeologische vindplaatsen en het culturele erfgoed in het algemeen. 

2 Archeologische artefacten zijn geen kunstvoorwerpen
2.a Vanzelfsprekend zijn ook archeologen menselijk en dus vatbaar voor de esthetische aspecten van de artefacten die zij opgraven, maar deze zijn van secundair belang. Archeologische artefacten zijn in overgrote meerderheid gebruiksvoorwerpen waarvan de waarde voornamelijk zit in de informatie die kan worden afgeleid uit aard, vorm en materiaal van het artefact en uit de archeologische context waarin ze worden aangetroffen. Deze essentiële wisselwerking tussen object en context wordt permanent verstoord op het moment dat een voorwerp illegaal opgegraven wordt (zie 1.a). Deze wisselwerking is belangrijker dan de objectgerichte esthetische of monetaire waarde van de artefacten.
2.b Het taxeren is een essentieel onderdeel van de charme van tussen Kunst & Kitsch, maar wij vragen desalniettemin om een terughoudende opstelling bij het taxeren van archeologische artefacten. De hoge waardes die vaak worden toegekend aan artefacten vormen een onwenselijke bevestiging van het beeld van archeologische gebruiksvoorwerpen als enkel (contextloze) kunstschatten. 

3 Selectie aan de poort
3.a Er is een aanzienlijk corpus aan archeologische artefacten dat de facto legaal verhandeld kan worden omdat het verzameld is voordat de restricties daarop zijn vastgelegd in internationale verdragen en nationale wetgeving. Op grond daarvan is er geen reden om deze categorie artefacten niet op televisie te tonen, maar dit dient op voorhand, dus wanneer eigenaren zich melden, te worden vastgesteld op basis van documentatie door een ter zake kundig persoon;
3.b Een vergelijkbare procedure dient te worden aangehouden bij spectaculaire bodemvondsten uit Nederland. Hierbij wordt gedacht aan het tonen van een ARCHIS-vondstmelding of andere documentatie waarmee herkomst en legitimiteit van het artefact kunnen worden geverifieerd;
3.c Het is niet voldoende om mensen 'op hun blauwe of bruine ogen’ te geloven. Indien mensen niet de vereiste documentatie kunnen tonen, kunnen zij (natuurlijk off camera) gewezen worden op de mogelijke gevolgen van hun handelen, maar bijvoorbeeld ook op welke instanties zij kunnen benaderen om dergelijke zaken recht te zetten. Het is evident dat het meebrengen van documentatie en het informeren van het publiek daarover extra rompslomp voor zowel geïnteresseerden als de AVRO oplevert, maar wij vinden dat een verdedigbare extra belasting gezien de ernst van het probleem. Deze verplichting kan mogelijk als een soort 'algemene voorwaarde' vermeld worden bij informatie over draaidagen;
3.d Wij stellen voor om een drempel te hanteren voor deze documentatieplicht op basis van de geschatte waarde van het object. Op deze wijze wordt voorkomen dat het voor goedwillende belangstellenden onmogelijk wordt gemaakt om toevalsvondsten en kleine objecten ter evaluatie aan te dragen. Daarbij valt te denken aan een groot deel van de detectorvondsten en scherven en andere materialen die bij huis- en tuinwerkzaamheden gevonden wordt. De hoogte van deze drempelwaarde kan in overleg worden vastgesteld.

4 Geen illegale voorwerpen; bij twijfel nee!
4.a Hoewel dit ongetwijfeld inhoudt dat het aantal archeologische objecten dat door de ballotage komt zal afnemen, dienen voorwerpen waar twijfel over bestaat uit de uitzending te worden gehouden. Op deze manier lijden de goeden onvermijdelijk onder de kwaden, maar wordt in elk geval vermeden dat er illegale voorwerpen in het legale circuit worden geïntroduceerd;
4.b Het kan opportuun zijn  om soms een (aantoonbaar) illegaal voorwerp te tonen om het publiek te wijzen op de handel in illegale voorwerpen. Een illegaal in omloop gekomen voorwerp dient dan, vanzelfsprekend zonder dat de eigenaar aan de schandpaal wordt genageld, als voorbeeld van hoe het niet moet (zie ook punt 5).

5 Bewustmaking, zonder vermanend vingertje
5.a Wanneer er spectaculaire archeologische voorwerpen worden getoond waarvan op grond van documentatie vaststaat dat ze legaal zijn, bijvoorbeeld omdat ze lang geleden gekocht zijn en dus buiten de beperkingen van de internationale verdragen vallen, is het belangrijk om dat op televisie aan te stippen, al is het maar in de vorm van: ‘mooi dat opa dat in 1950 gekocht heeft, want tegenwoordig kan dat niet meer omdat we zorgvuldig willen omgaan met ons erfgoed';
5.b Wanneer een artefact uit Nederlandse bodem wordt getoond kan van de gelegenheid gebruik worden gemaakt om het publiek er van op de hoogte te stellen dat het verboden is om archeologische artefacten te zoeken en te verzamelen, met de volgende uitzonderingen: Archeologische vondsten die aan het maaiveld liggen, of die zich in de bouwvoor (de 'geroerde grond', in de regel de bovenste circa dertig centimeter) bevinden mogen worden opgespoord (al dan niet met een metaaldetector) en verzameld. Het is niet toegestaan om dit te doen op bekende archeologische vindplaatsen of monumenten.

Wie zijn ´wij´?

drs. Yannick Raczynski-Henk, archeoloog, Ex-Situ Silex, Leiden;
drs. Annabel Médard, senior KNA-archeoloog en zoöarcheoloog, mede-directeur Archeologenbureau Argo, Zaandam/Amsterdam;
prof. dr. Vladimir Stissi, hoogleraar Klassieke Archeologie, Universiteit van Amsterdam;
drs. Emile Eimermann, prehistorisch archeoloog, Amersfoort;
drs. Etienne Pronk, prehistorisch archeoloog, Arnhem;
dr. Marco Langbroek, archeoloog, Leiden;
M.H.G. Kuijpers MPhil, PhD candidate, University of Cambrigde, UK;
drs. Henk Stoepker, middeleeuws archeoloog, Wijlre;
dr. G.L. Dusseldorp, post-doctoraal onderzoeker prehistorische archeologie, Leiden/Johannesburg;
drs. Herwin van den Engel, (uitzend)archeoloog, Leiden;
dr. Jeroen Wijnen,(werkzoekend) aardewetenschapper;
drs. Roos Wijnen-Jackson, (aankomend) aardewerkspecialist/archeoloog;
drs. ing. Nico van der Feest, Provinciaal-Romeins archeoloog, Roermond;
drs. Anna Ietswaart, erfgoedhistoricus/redacteur, Amsterdam;
drs. Lourens van der Feijst, Romeins archeoloog, Utrecht;
drs. Elise van der Horst, (junior) archeoloog;
drs. Lisette Verspay-Frank, leerspecialist Cuir Connu;
drs. Liselotte Takken Beijersbergen, archeozoöloog, Bergen, Noorwegen;
drs. F. van den Oever, senior geofysisch specialist Saricon, Soest;
drs. Suzanne van der A, vakspecialist archeologie bij ProRail, penningmeester Nederlandse Vereniging van Archeologen, Utrecht/Amersfoort;
drs. Menne Kosian, mediterraan archeoloog/GIS-specialist, Amsterdam;
drs. M. Verbruggen, directeur, RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp;
Regina Lankreijer Eggink, freelancer in de media (Communicatrice.nl), zeer geïnteresseerd in behoud en determinatie van erfgoed, Spier, Drenthe;
Aukje Hogendoorn, student archeologie aan de universiteit Leiden, Gouda;
drs. A.J.D. Isendoorn, aardewerkspecialist/archeoloog, Voorschoten;
drs. Frank Stevens, archeoloog, Leiden;
drs. Jan-Willem de Kort, archeoloog, Amersfoort;
Marjolein Kerkhof MA, Archeoloog, coördinator afdeling beleid Archeologie Delft, Gemeente Delft (ook werkzaam in vijf randgemeenten);
Eleonora Stuurman MA, archeoloog, Amsterdam;
dr. Bleda During, universitair docent, Universiteit Leiden;
Esther van den Brink MA, (werkzoekend) archeoloog/historicus, Amsterdam;
drs. Janneke Kluit, archeoloog;
dr. Hylke de Jong, Brummen;
Ruud Raats, bestuurslid Archeologische Werkgemeenschap Nederland;
Jacqueline de Wilde, student/projectmedewerker archeologie en bestuurslid Nederlandse Vereniging van Archeologen;
drs. Martine van den Berg, geoarcheoloog, Amsterdam;
Lisette M. Kootker MSc, AIO isotopenarcheologie, Instituut voor Geo- en Bioarcheologie, Vrije Universiteit, Amsterdam;
Annelies Berends MA, materiaalspecialist Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd, docent archeologie (Saxion Hogeschool), Deventer;
drs. Marcel J.L.Th. Niekus, Groningen;
drs. Ronald Visser, docent/onderzoeker archeologie (Saxion Hogeschool), Deventer;
dr. Martijn Nicasie, oudhistoricus, hoofd Bureau Archeologie en Monumenten, Gemeente Nijmegen;
drs. Arthur Sloos, archeoloog, Amersfoort;
drs. Isolde Toet, archeozoöloog/docent geschiedenis, Maastricht;
dr. Wouter K. Vos, Romeins archeoloog, Oosterbeek;
drs. N. van Malssen, archeoloog en erfgoeddeskundige, Groningen/Zevenaar;
Tonnie van de Rijdt, voorzitter Archeologische Werkgemeenschap Nederland, Eindhoven;
Linda Dielemans BA, archeoloog, Utrecht;
drs. Maarten Groenendijk, stadsarcheoloog Gouda;
dr. Y.M.J. Lammers-Keijsers, (publieks)archeoloog, Roosendaal;
dr. Steven Soetens, klassiek archeoloog, Amsterdam/Brussel;
drs. Marjolein van den Dries, conservator Archeologisch Museum Haarlem, bestuurslid Stichting Archeologie en Publiek;
drs. Rianne (A.M.) Hermans, promovenda oude geschiedenis, Universiteit van Amsterdam, Amsterdam;
dr. K. Jeneson, conservator Thermenmuseum, Heerlen;
drs. R.S. Kok, senior archeoloog/teamleider bureauonderzoek en beleidsadvisering RAAP, Archeologisch Adviesbureau, Leiden;
Karsten Wentink MPhil, promovendus prehistorie, Universiteit Leiden/founding partner Sidestone Press, Leiden;
drs. Thijs Coenen, maritiem archeoloog, Amersfoort;
drs. Aleike van de Venne, archeoloog/aardewerkspecialist, Kerament, Wijk bij Duurstede;
drs. Joyce van Dijk, archeozoöloog, Delft;
Leonie Postma, beeldend kunstenaar, drie jaar archeologie gestudeerd, Emmen, Drenthe;
drs. Inger Woltinge, archeoloog/projectleider BAAC Vlaanderen bvba, Gent;
dr. Josara de Lange, archeoloog, Melbourne, Australië;
drs. Els Koeneman, amateur archeoloog;
drs. Marie-France van Oorsouw, prehistorisch archeoloog, Amsterdam;
Maarten van Eerd, Amsterdam;
drs. Martijn Bink, teamleider VUhbs, Vrije Universiteit, Amsterdam;
drs. Sander Gerritsen, archeoloog, Noord-Holland;
dr. Geeske Langejans, archeoloog, Universiteit leiden, Leiden;
drs. M. Stronkhorst, archeoloog, Leiden;
prof. dr. Willem Willems, decaan faculteit archeologie, Universiteit Leiden, Utrecht;
drs. Dianne van de Zande, archeoloog, Leiden;
drs. A. Sparreboom, promovenda oude geschiedenis, Universiteit van Amsterdam, Amsterdam;
drs. Jerry Huisman, vakspecialist archeologie, Prorail, Almere;
drs. Marieke van Dinter, promovenda fysische geografie, Iniversiteit Utrecht;
ir. Jobbe Wijnen, archeologisch specialist WO2 en bouwbiograaf, RAAP Archeologisch Adviesbureau/Wijnen Cultuurhistorisch Onderzoek;
drs. Claudia Kraan, senior archeoloog/plaatsvervangend directeur, Stichting NAAM, Curaçao;
Priscilla Schoondermark, Regulatory & Quality Manager, Actelion Pharmaceuticals;
J. Draaisma MSc, docent, historisch edutainer, L.R.G.G. Corbvlo, Nijmegen;
Samuel Cardenas Meijers, student archeologie aan de Universiteit Leiden, Leiden;
Vincent van der Veen MA (klassieke talen), MA-student archeologie aan de Katholieke Universiteit Leuven, België;
Berber van der Meulen, student archeologie aan de Universiteit Leiden;
dr. Alistair Bright, archeoloog, Leiden;
drs. Roos van Oosten, universitair docent, Universiteit van Leiden;
dr. Quentin Bourgeois, post-doc onderzoeker en docent, Universiteit Leiden;
dr. Bertil van Os, geochemicus, Utrecht;
drs. Willem Jezeer, middeleeuws archeoloog, Amsterdam;
drs. Dick de Jager, senior beleidsadviseur archeologische monumentenzorg, gemeente Almere;
drs. Eric Norde, senior archeoloog, Ede;
drs. Juan van der Roest, senior KNA-archeoloog, Rosmalen;
Cornelie Moolhuizen MA, archeobotanicus, Amersfoort;
Anique Hamelink, student archeologie aan de Universiteit van Leiden, Leiden;
Peter de Haas, directeur, GeschiedenisLeeft, Alphen aan den Rijn;
drs. Hester van den Ende, regio-archeoloog, regio Utrecht, Leiderdorp;
I. van Stokkom MA, archeoloog, Leiden;
drs. M.P.H. van der Sommen, archeoloog, residu analist, transito-depotbeheerder, Leiden;
drs. Mieke Smit, senior beleidsadviseur archeologie, gemeente Nijmegen;
drs. Michel Lascaris, sociaal geograaf/archeoloog, Utrecht;
Tijmen Kok MA, archeoloog, Haarlem;
P.L.P. Haanen, archeoloog, vrijwilliger Limburgs Museum, Venlo;
drs. Bram Jansen, fysisch geograaf, Delft
prof. dr. Esther Jansma, geoarcheoloog, Utrecht;
Suzanne Vautier, Den Haag;
drs. B.A. Corver, archeoloog, Leiden;
drs. E.N. Wieringa, archeologisch adviseur, Amsterdam;
drs. I.A. Schute, senior-archeoloog, Leiden;
drs. M.L. Verhamme, senior-archeoloog, Amersfoort;
drs. Marijne Mangée-Nentjes, archeoloog, Nijmegen;
drs. Renske den Boer, veldarcheoloog, RAAP Archeologisch Adviesbureau, Havelte.

 

Tussen Kunst & Kitsch en de archeologie V

Ik heb samen met twee collega's een antwoord geformuleerd op de reactie van de AVRO, omdat wij van mening waren dat zij om de hete brij heen draaien:

Geachte heer Brinksma,

Leiden, 25 maart 2012

Bedankt voor uw antwoord op onze brief en e-mails. Wij waarderen het dat de redactie van Tussen Kunst & Kitsch ingaat op onze stelling dat het opportuun is om bij het vertonen van archeologische objecten een streng(er) selectiebeleid te voeren. U geeft aan dat u, zoals wij vermoedden, wel degelijk een ‘selectie aan de poort’ hanteert en dat is niet alleen logisch, maar ook lovenswaardig. U gaat naar onze mening echter voorbij aan ons centrale punt, namelijk dat die controle niet scherp genoeg is. Mevrouw Zilverberg is archeologe en als zodanig op de hoogte van de levendige illegale handel in archeologische artefacten. Zij dient hier wat ons betreft meer kanttekeningen bij te plaatsen of vanuit haar achtergrond een strenger selectiebeleid toe te passen. De lovende woorden en torenhoge taxaties waarmee mevrouw Zilverberg de vondsten en eigenaren overlaadt, zijn voor sommige mensen die aan uw tafels zitten ongetwijfeld een aansporing om hun verzameling uit te breiden. Wij maken ons ernstig zorgen over de effecten daarvan op niet alleen het Nederlandse bodemarchief, maar ook over de situatie in andere landen.

Het verzamelen van archeologische objecten wordt in zekere zin gestimuleerd door de manier waarop ze in Tussen Kunst & Kitsch worden gepresenteerd. Voor de archeologische wetenschap is dit een wereldwijd probleem. Deels schuilt dat probleem al in de door uzelf in uw e-mail gebruikte term ‘kunstschatten’. Archeologische artefacten zijn geen kunstschatten en hun waarde ligt niet besloten in hoe mooi of kostbaar ze zijn, maar in de informatiewaarde die zij hebben op het moment dat ze door een archeoloog ontdekt worden. Op een archeologische opgraving is een vondst, hoe mooi ook, feitelijk niets meer dan informatie in een plastic zakje. Pas bij nadere specialistische analyses wordt de vooral wetenschappelijke waarde duidelijk. Daarom is een artefact voor de archeologische wetenschap feitelijk waardeloos geworden op het moment dat iemand er mee aankomt zonder dat de context waarin het is aangetroffen, bekend is.

Er is een levendige handel in archeologica op internet, die voor een groot deel gevoed wordt door illegale praktijken. In Nederland moeten we dan vooral denken aan een minder scrupuleuze minderheid van de metaaldetectorgemeenschap die soms schaamteloos aan het einde van de dag bij opgravingen staan te wachten totdat de archeologen naar huis gaan. In andere landen gaat het vaak om georganiseerde misdaad, waarbij geweld niet geschuwd wordt. Berucht is de plundering van archeologische vindplaatsen in landen waar centraal gezag ontbreekt of zwak is, zoals bijvoorbeeld Irak. Maar ook in een land als Italië speelt dit probleem en is het leeghalen van grafheuvels door tomberoni een ‘beroep’ met een eigen naam dat van vader op zoon doorgegeven wordt.
Doordat in uw programma lovend wordt uitgeweid over hoe mooi, maar vooral over hoe kostbaar sommige van de getoonde artefacten zijn en mensen uitgebreid worden gecomplimenteerd met de mooie slag die ze hebben geslagen, wordt feitelijk het handelen in dit soort voorwerpen gesanctioneerd. Dieptepunt was het tonen van de Romeinse grafvondst en het eraan hangende prijskaartje van € 50.000,-, maar ook de buitenlandse vondsten worden met te weinig kritiek als kunstschat gepresenteerd.

Wij hebben nog geen enkele archeoloog gesproken die wil dat er helemaal geen archeologische artefacten meer worden getoond in Tussen Kunst & Kitsch. Uw programma kan daarbij juist een belangrijke rol spelen in het vergroten van het draagvlak voor het onderzoeken en onderhouden van het Nederlandse en internationale bodemarchief, maar dan wel door op de daartoe geëigende momenten eigenaren en het publiek adequaat te informeren. Dat hoeven geen colleges over ethiek of internationaal recht te worden, maar het is naar onze mening van groot belang dat het Nederlandse publiek er van op de hoogte is dat er, net zoals achter ieder ivoren asbakje een door stropers afgeslachte olifant schuilt, er achter veel verhandelde archeologica geplunderde vindplaatsen schuilgaan.

Het is niet onze bedoeling om voor u of de kijkers het plezier in de archeologie te vergallen. In tegendeel. Liever willen wij proberen om een manier te bedenken om de archeologie binnen de grenzen van wat redelijk is beter te presenteren. In de archeologische wereld leven breed gedragen bezwaren tegen de manier waarop Tussen Kunst & Kitsch omgaat met archeologische artefacten, maar wij zijn graag bereid om daarover met u van gedachten te wisselen.

Wij willen nogmaals benadrukken dat niemand van ons van mening is dat u verantwoordelijk bent voor de manier waarop mensen aan hun spullen komen, maar Tussen Kunst & Kitsch kan wel op een positieve manier een rol spelen in het informeren van mensen over de negatieve aspecten van hun daden.

In afwachting van uw antwoord verblijven wij met vriendelijke groet,

drs. Yannick Raczynski-Henk, afgestudeerd in de Paleolithische archeologie
drs. Emile Eimermann, afgestudeerd in de Prehistorische archeologie
drs. ing. Nico van der Feest, afgestudeerd in Provinciaal Romeinse archeologie

Tussen Kunst & Kitsch en de archeologie IV

Ik ben ook zo vrij geweest om eens bij het moederschip te informeren hoe zij met deze kwestie omgaan en het blijkt dat de BBC toch wel wat striktere regels heeft (en kortere responstijd):

Dear sir, madam,

I am an archaeologist from the Netherlands, and a group of friends and colleagues and I are currently engaged in a debate with the editors of 'Tussen Kunst & Kitsch', the Dutch version of your excellent show, which I both enjoy watching. Recently several archaeological objects of considerable rarity and monetary value were shown on Dutch television.
The provenance of some of those objects were, as far as we archaeologists are concerned, questionable. While we believe that most of the owners had good intentions, they are at best somewhat naive, but they were undoubtedly goaded along by the raving expert and presenter and also by some of the valuations. I am aware, and wrote as much to the editors, that 'Tussen Kunst & Kitsch' is not responsible for what people bring to the show or how these items were obtained, but they do decide which items are shown on television. The reply was that they only show 'art objects' and do no harm.

I am certainly not asking for your opinion about this matter, I only outline it to explain the reason for my question. Undoubtedly you must sometimes be confronted by people (innocently) presenting objects that are illegal, for example under the regulations of the CITES treaty. Surely you inform them about the implications, do you not?
Archaeological finds are also protected by heritage laws and I notice that you do not often show archaeological objects, certainly not of significant value, in your show. Is that because they are rarely presented to you, or do you have a policy of not showing them when they are?
 
Since 'Tussen Kunst & Kitsch' is obviously based on your show, I was hoping to be able to learn about your policy concerning this subject, and present this to the editors in order to persuade them to review their own policies.

I thank you kindly for your time and trouble and await your reply with kind regards,

Y. Raczynski-Henk
archaeologist


Antiques Roadshow schreef op 22-03-2013 18:08:

Dear Y. Raczynski-Henk,

Thank you for your mail. You are right, the filming of such objects can be a tricky area. I can only comment on our approach, which can vary dependent on the circumstances. As you will doubtless be aware, each country and each region within each country often has its own laws regarding the right to cultural property and we could not comment on laws pertaining to the Netherlands.
In the case of objects covered under CITES laws, we would only show objects that are legal to trade. We have occasionally referenced the arrival of objects at Antiques Roadshows that are illegal to trade, but in these rare instances we have used the opportunity to show viewers an example of an out of time object and to remind them of the laws and penalties for the trade of such objects.

The most pertinent law for us is the Treasure Act under which all finders of gold and silver objects, and groups of coins from the same findspot, which are over 300 years old, have a legal obligation to report such items. Prehistoric base-metal assemblages found after 1st January 2003 also qualify as Treasure. In such circumstances we only film such objects where the owner has declared the find to their nearby museum and legal ownership of the piece has been agreed and settled under the terms of the act. This most often relates to medieval jewellery discovered often by metal detectors.

We occasionally film other archaeological objects, such as flint arrow heads, but most are of an age which feel outside of the remit of the programme; i.e. we are the "Antiques" Roadshow, not the "Antiquities" Roadshow.

I hope that is helpful.

Simon Shaw
Series Editor

Terrorisme-alarm

De Nederlandse regering heeft vorige week het angstniveau voor terrorisme verhoogd op basis van het belachelijke argument dat men bang is dat al die Nederlanders (oeps, sorry Mark en Geert: al die stomme buitenlanders die hier sowieso niet horen, natuurlijk) die nu heilige oorlog aan het voeren zijn in Syrië straks bloedfanatiek, getraumatiseerd en met een lage agressiedrempel terugkeren naar Nederland.
 
Want stel je voor dat die bloedfanatieke, getraumatiseerde 'haatbaarden' met een lage agressiedrempel die net iemand anders' heilige zaak hebben bevochten dat hier in Nederland ook gaan doen! Gelukkig hoeven we niet bang te zijn voor al die Nederlandse militairen die de afgelopen jaren de vele heilige missies van onze diverse regeringen hebben uitgevoerd. Zijn die zijn niet bloedfanatiek en getraumatiseerd? Hebben zij geen lage agressiedrempel? Omdat hun zaak 'de goede' was? Omdat het Gezonde Gristelijke Hollandsche Jongensch zijn en niet van die Rare Arabieren?
 
Racisme-alarm, iemand?
 
Hetgeen natuurlijk onverlet laat dat die dwaze jongekaaskoppen die nu in Syrië de zaak nog ingewikkelder, uitzichtslozer en bloediger aan het maken zijn dan ze al was, zonder uitzondering een stevig pak kletsen van hun moeder verdienen als ze de euvele moed hebben om hun stupiditeit te overleven. Wat een sukkels.

Tussen Kunst & Kitsch en de archeologie III

De AVRO geeft, zoals verwacht, geen sjoege, dus ik heb net een bewerking van mijn brief aan de AVRO gestuurd naar diverse kamerleden van diverse pluimage en naar de vaste commissie van om de kwestie daar aan te kaarten. Als er niet aan de kooi gerammeld wordt, worden de leeuwen niet wakker. Het grootste deel is hetzelfde als de brief naar de AVRO, dus enigszins een herhalingsoefening.

L.S.

Naast het feit dat ik een trouwe en enthousiaste kijker van Tussen Kunst & Kitsch ben, ben ik archeoloog van beroep en ik wil middels deze brief graag een kwestie aankaarten waar ik en een groot deel van mijn beroepsbroeders en -zusters groeiende moeite mee hebben. Het komt met enige regelmaat voor dat men zich bij de opnames van Tussen Kunst & Kitsch meldt met voorwerpen uit archeologische context. Soms zijn deze door oom Herman in 1950 op vakantie in Egypte gekocht, soms zijn ze door opa en oma meegenomen uit Indonesië en soms zijn ze gewoon tijdens het omspitten van de moestuin gevonden. Meestal gaat het om losse scherven en af en toe een munt, waar niets tegen in te brengen is, maar er zitten bij gelegenheid ook topstukken bij die nauwelijks ‘per ongeluk’ in privé-handen kunnen zijn gekomen.

Op 27 februari werd in de uitzending van Tussen Kunst & Kitsch een Romeinse grafkist met glazen urn getoond. Het ensemble was uiterst zeldzaam, van museale kwaliteit en volgens Mieke Zilverberg, de archeologische specialist van Tussen Kunst & Kitsch, minimaal € 50.000,00 waard. De eigenaren hadden de grafkist ongetwijfeld te goeder trouw gekocht, maar hoe dit artefact oorspronkelijk in de handel terecht is gekomen kan bijna geen zuivere koffie zijn.
Op 6 maart kwam een metaaldetectoramateur met bronzen vaatwerk aan, maar de staat, afmetingen en conditie daarvan maken het in mijn ogen onmogelijk dat deze artefacten uit de bouwvoor afkomstig zijn (waarin legaal met een metaaldetector gezocht mag worden). Deze man heeft volgens mij gewoon een Romeins graf 'gedecontextualiseerd', naar eigen zeggen ergens waar ‘ze aan het graven waren, dus ik dacht laat ik maar eens gaan kijken’.  Dat ‘waar ze aan het graven waren’ kan onschuldig zijn, maar is wel archeologisch jargon voor ‘waar een opgraving plaatsvindt’ in welk geval deze man zich zeker schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf. De taxatie door mevrouw Zilverberg op ongeveer € 10.000,00 zal ongetwijfeld niet helpen om hem te bewegen om in de toekomst met meer integriteit te werk te gaan.
Op 13 maart toonde een heer twee bronzen stukken vaatwerk uit Perzië die hij, volgens mij eveneens te goeder trouw maar wel rijkelijk naïef, op internet gekocht had. Ook hier was de aanzienlijke winstmarge als gevolg van de taxatie overduidelijk een aanmoediging voor deze heer om hier mee door te gaan.
Gisteren spande (voorlopig) de trieste kroon met een man die een mummiekistje gewijd aan Horus toonde met daarin de mummie van (waarschijnlijk) een valk. Deze man maakte er niet eens een geheim van dat hij wel degelijk wist dat zijn aankoop en het uitvoeren van de vondst naar Nederland illegaal waren. Mevrouw van der Krogt en Mieke Zilverberg lachten hartelijk om deze escapade.


De redactie van Tussen Kunst & Kitsch is natuurlijk niet verantwoordelijk voor wat men mee naar de opnamedagen neemt en zij zijn ook niet verantwoordelijk voor hoe de eigenaren van die spullen daar aan gekomen zijn. Zij beslissen echter wel of iets uiteindelijk opgenomen wordt in de uitzending. Wanneer het evident is dat een bepaald artefact nauwelijks te goeder trouw in privé-handen kan zijn gekomen, of dat nou via tussenpersonen, op vakantie in Egypte of met een metaaldetector gebeurd is, en zeker als die gebeurtenis van recente datum is, dan zijn zij naar mijn mening verplicht om deze zaken niet op televisie te tonen en de eigenaren te wijzen op de (vast onbedoelde) kwalijke gevolgen van hun handelen, i.e. het leegplunderen van archeologische vindplaatsen.
Ik ben er van overtuigd dat alle medewerkers van Tussen Kunst & Kitsch te goeder trouw zijn en ik ga dan ook zeker niet uit van kwade wil. Zij hebben ongetwijfeld een beleid voor (voorwerpen gemaakt van) beschermde dieren en planten. Als er een keer iemand met bijvoorbeeld een ivoren voorwerp op televisie te zien is, blijkt dat vrijwel altijd van vóór 1973 te zijn, het jaar waarin het CITES-verdrag van kracht werd. Als er al een keer iets van ná 1973 wordt getoond, dan is dat altijd om het publiek (terecht) vermanend toe te spreken.


Net zoals de omgang met bedreigde planten en dieren is vastgelegd in het CITES-verdrag, zo is de omgang met het archeologisch bodemarchief vastgelegd in het Verdrag van Valletta in 1992 en al eerder in het Unesco verdrag uit begin jaren '70. Dat verbiedt de handel en wandel van dubieus aangekochte archeologische voorwerpen. Relevante bepalingen uit het verdrag van Valletta zijn dat niemand eigendom kan claimen van archeologische resten, vindplaatsen of artefacten en dat het bodemarchief bescherming verdient omdat het eindig en kwetsbaar is. In de praktijk geldt daarop een uitzondering voor artefacten die uit verstoorde context (bijvoorbeeld de bouwvoor, zie hierboven) afkomstig zijn, zoals de halve potjes, kapotte glazen en bronzen munten waarmee men regelmatig voor de camera’s van Tussen Kunst & Kitsch staat. Het bronzen vaatwerk dat ik hierboven aanhaalde kan naar mijn mening nooit in die staat uit een verstoorde context afkomstig zijn. Hetzelfde geldt voor de andere voorwerpen die ik noemde. Het kan bijna niet anders of er is op de lange weg van de oorspronkelijke vindplaats naar het huis van huidige eigenaren iets voorgevallen dat niet in de haak is, waarbij dat zeker niet wil zeggen dat deze mensen daar per se actief bij betrokken waren. Ze faciliteren het door hun naïviteit en enthousiasme echter wel degelijk. Er is op internationale schaal sprake van het leegroven van archeologische vindplaatsen, zeker in crisisgebieden als Irak en andere landen waar centraal gezag zwak is of ontbreekt, maar ook in Europese landen, waaronder Nederland. Het archeologisch bodemarchief is kwetsbaar en zal ongezien verloren gaan wanneer de verdragen en bepalingen die bedoeld zijn om het te beschermen niet worden gehandhaafd. Door de wetgever en –handhaver, maar ook door publieke partijen zoals de AVRO én natuurlijk mensen die dergelijke artefacten kopen. De handel en het daarbij horende vernielen van beschermde cultuurhistorische vindplaatsen en artefacten wordt op die wijze gestimuleerd.

Een schifting zoals bij de bepalingen van het CITES-verdrag zou naar mijn mening ook naar aanleiding van verdragen die het cultuurhistorisch erfgoed beschermen ook plaats dienen te vinden bij archeologische voorwerpen, waarbij het ook niet zou schaden wanneer de dames van der Krogt en Zilverberg op televisie zouden verklaren dat men misschien beter helemaal geen archeologische vondsten kan kopen, in plaats van hen aan te moedigen, net zoals men ook geen bloedkoralen fotolijstjes meer koopt. In een reactie op deze stelling gaf de redactie van Tussen Kunst & Kitsch schriftelijk het volgende te kennen: "...al meer dan 30 jaar laten [wij] mooie kunstobjecten zien, zo integer mogelijk zonder het vermanende vingertje".
Zij gaan daarbij echter, los van het nogal badinerende ‘vermanende vingertje’, volledig voorbij aan het feit dat archeologische voorwerpen in de eerste plaats geen kunstobjecten zijn. Het zijn informatiedragers, wier archeologische waarde tot vrijwel nul gereduceerd wordt op het moment dat zij zonder documentatie uit hun archeologische context gehaald worden. Ten tweede is het op grond van diverse internationale verdragen verboden om archeologische objecten uit de grond te halen met het oogpunt ze te verhandelen, of om daaraan mee te werken door het aankopen van dergelijke objecten. Op grond daarvan vind ik dat het met die integriteit wel meevalt.


Zoals reeds opgemerkt is Tussen Kunst & Kitsch niet verantwoordelijk voor de aankoop of verwerving van deze objecten door derden. Ook wil ik hen niet beschuldigen van deelname aan criminele netwerken, maar door hun enthousiaste aanmoediging van iedereen die met oudheden aankomt stimuleren zij wel degelijk dat mensen belangstelling krijgen in het kopen van archeologica, zeker gezien de vaak nogal eclatante schattingen van mevrouw Zilverberg. Wanneer iemand over ivoren voorwerpen begint, wordt deze door de presentatrice terechtgewezen ´omdat dat niet meer kan´, maar bij een illegaal verkregen mummiekist wordt de ´eigenaar´ gefeliciteerd.

De AVRO is een publieke omroep en Tussen Kunst & Kitsch wordt daarom (gedeeltelijk?) gefinancierd van publieke gelden. Op grond van dit wat lange betoog wil ik u daarom met klem oproepen om deze zaak bij de AVRO en uw collega’s aan te kaarten en Tussen Kunst & Kitsch  te manen om een streng(er) selectiebeleid in te voeren aangaande het op televisie tonen van archeologische voorwerpen waarvan de herkomst niet boven twijfel verheven is. Ook ben ik van mening dat de medewerkers van Tussen Kunst & Kitsch vinden dat archeologica dan toch per se getoond dienen te worden, een vermanend vingertje zeker op zijn plaats is, net zoals dat bij ivoren artefacten blijkbaar geen probleem is. Zij dienen duidelijk te benadrukken dat men beter niet in deze categorie antiquaria kan handelen en waarom niet.

Ik dank u beleefd voor uw tijd en aandacht. In afwachting van uw reactie verblijf ik met vriendelijke groet,


(de heer) Y. Raczynski-Henk

Tussen Kunst & Kitsch en de archeologie II

Klagen is altijd makkelijk, maar als de redactie van Tussen Kunst & Kitsch niet weet dat dit leeft, kunnen zij daar ook niet op reageren, mochten zij genegen zijn om zulks te doen. Daarom heb ik hen een brief gestuurd en ik ben benieuwd naar hun reactie. Mocht iemand zich geroepen voelen iets vergelijkbaars te ondernemen om hen ervan te doordringen dat ik geen verdoolde Don Quijote ben (een standpunt dat ik niemand redelijkerwijs na zou kunnen dragen), dan is dat natuurlijk alleen maar toe te juichen. De indolentia kan hier een online reactieformulier invullen, maar ik vermoed dat een geschreven brief, met papier en postzegels en dergelijke, beter overkomt, maar daar kan ik net zo goed, zoals zo vaak, naast zitten. Zolang de boodschap maar overkomt.




Tussen Kunst & Kitsch en de archeologie

Het komt met enige regelmaat voor dat iemand zich bij de balie van Tussen Kunst & Kitsch meldt met voorwerpen uit archeologische context. Soms zijn deze door opa in 1950 op vakantie in Egypte gekocht. Soms zijn ze meegenomen uit Zuidoost-Azië en soms zijn ze door mensen in hun tuin gevonden. Meestal gaat het om losse scherven en soms een munt, maar er zitten ook af en toe topstukken bij die nauwelijks ‘per ongeluk’ in privé-handen kunnen zijn gekomen.

Op 27 februari werd bij Tussen Kunst & Kitsch een Romeinse grafkist met glazen urn getoond. Als ik me niet vergis was het ensemble volgens Mieke Zilverberg uiterst zeldzaam, van museale kwaliteit en minimaal EUR 50.000,00 waard. Ze zou er een moord voor doen. De eigenaren hadden de grafkist gekocht, ongetwijfeld te goeder trouw, maar hoe een en ander in de handel terecht is gekomen is nog maar de vraag.
Op 6 maart kwam een detectorpipo met bronzen vaatwerk uit eveneens een grafcontext aan, maar de staat, afmetingen en conditie daarvan maken het in mijn ogen onmogelijk dat deze artefacten uit verstoorde context komen. Deze pieper heeft volgens mij gewoon een Romeins graf 'gedecontextualiseerd'. Hij had in ieder geval nog het fatsoen om niet met de standaardsmoes van dit soort sujetten te komen dat de artefacten niet van hem waren maar van 'een vriend die niet komen kon'. De taxatie door Zilverberg op ongeveer EUR 10.000,00 zal, aan zijn begerige twinkeloogjes te zien, ongetwijfeld een sterk argument zijn voor deze pieper om in de toekomst met meer integriteit te werk te gaan.

De mensen van Tussen Kunst & Kitsch zijn natuurlijk niet verantwoordelijk voor wat men mee naar hun opnamedagen neemt, al beslissen ze wel over wat er uiteindelijk in beeld komt. Ze zijn ook niet verantwoordelijk voor hoe de eigenaren van die spullen daar aan gekomen zijn. Ik vind echter dat ze wel degelijk de taak hebben om het leegplunderen van archeologische vindplaatsen niet aan te moedigen. Wanneer het evident is dat een bepaald artefact nauwelijks te goeder trouw in privé-handen kan zijn gekomen, of dat nou via tussenpersonen, op vakantie in Egypte of met een metaaldetector gebeurd is, en zeker als die gebeurtenis van recente datum is, dan zijn ze naar mijn mening moreel verplicht om deze zaken niet op televisie te tonen en de eigenaren te wijzen op de kwalijke gevolgen van hun handelen.

Ze hebben ongetwijfeld ook een beleid voor (voorwerpen gemaakt van) beschermde dieren en planten. Als er een keer iemand met een ivoren voorwerp staat, blijkt dat altijd van vóór 1973 te zijn, zodat het niet onder het CITES verdrag valt. Ik geloof er niks van dat er nog nooit iemand met een ivoren voorwerp van na 1973 bij Tussen Kunst & Kitsch heeft gestaan, maar dat wordt dan blijkbaar niet uitgezonden.
Een dergelijke schifting zou naar mijn mening ook plaats dienen te vinden bij archeologische voorwerpen, waarbij het ook niet zou schaden wanneer mevrouw Zilverberg eindelijk eens op televisie zou verklaren dat mensen misschien beter helemaal geen archeologische vondsten kunnen kopen, maar ja, de website van haar kunsthandel staat vol met archeologische objecten. Als dat in Egypte en Griekenland verboden is, waarom mag het hier dan wel?

De terreur van het vrije woord

Ik was een regelmatig bezoeker van het weblog Frontaal Naakt dat, in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden niks, of in ieder geval heel weinig met naaktheid te maken had, maar waarvan de schrijver Peter Breedveld en gastauteurs stukken schreven waar ik het niet altijd mee eens was, maar die een tegengeluid probeerden te geven tegen het domme geleuter over moslims en andere beladen thema's waarvan iedereen in Nederland de laatste jaren zonder enige terughoudendheid zijn stupide, ongenuanceerde racistische denkbeelden over de wereld in meende te moeten slingeren onder het nieuwe adagium ‘alles moet gezegd kunnen worden’.
 
Nou kun je Breedveld zelf ook niet bepaald van nuance beschuldigen en zijn toon zat me vaker dwars dan zijn boodschap, maar desalniettemin las ik zijn stukken graag. Wie in Nederland een pro-moslim houding inneemt, vindt meteen een verenigd front van dom, rechts volk tegenover zich, waaronder in de media die abjecte, zuigerige, nare ‘redders van het blanke ras’ van Geen Stijl, de daarmee vergroeide tumoren Telegraaf en Pownews en andere minder sociaal georiënteerde websites en personen. Die ga ik hier niet allemaal opnoemen (lees het zelf), maar het feit is dat het ze na jaren van laster gelukt is om Breedveld op zijn knieën te krijgen. Eindeloos de boodschapper (en zijn partner, een moslima, ooooh!) aanvallen en niet zijn boodschap heeft er toe geleid dat Frontaal Naakt er mee stopt. 

Hoewel Breedveld, zoals ik al zei, ook niet altijd even subtiel uit de hoek kwam, deed hij dat wel, voor zover ik dat kan inschatten, met standpunten die op feiten steunen, die gecontroleerd kunnen worden. De druppel die voor hem de emmer deed overlopen waren beschuldigingen van antisemitisme in de krant waar hij zelf voor werkt, die aantoonbaar berusten op uit hun verband gerukte, sarcastische opmerkingen. Ik begrijp wel dat hij er geen zin meer in heeft. De kakkerlakken van het internet vallen niet tegen te houden en dringen vroeger of later je huis binnen, maar het is triest gesteld met Nederland dat dit kan gebeuren. Niet omdat Frontaal Naakt onmisbaar voor Nederland zou zijn, zo belangrijk is geen enkele website, maar omdat dit dus wel een duidelijk signaal is dat terreur loont bij het tot zwijgen brengen van dissidente stemmen.
Ik weet allang dat het internet, en dan vooral de reageersecties van weblogs en websites niet bepaald bekend staat als de plek waar de intellectuele bloem der natie zich pleegt op te houden, maar die afschuwelijk confronterende, door geen enkel besef van fatsoen of (nog belangrijker) proportionaliteit ingetoomde woede en haat die iedereen daar ten toon meent te moeten spreiden (of liever mogen; ‘dat is mijn recht!’) wordt erger en erger, met dus nu als gevolg dat iemand zich zo gekoeioneerd voelt dat hij besluit om te stoppen met zijn weblog, met het uiten van zijn eigen, vrije, zij het soms zelf ook wat ongepolijste mening. 

Een van de reageerders onder Breedvelds laatste artikel was me voor met deze woorden van verzetsman Van Randwijk: “Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht.”

Archeologiecrisis

De Nederlandse commerciële archeologiebranche is zichzelf tot zinken aan het brengen. Als de huidige devaluatie van ons werk nog even doorgaat, dan hoeven de diverse lobbygroepen en het kortzichtigere deel van onze toch al niet zo heel diepzinnige volksvertegenwoordiging die al jaren aan de poten van het archeologische bestel aan het zagen zijn zich niet eens meer moe te maken, dan zakt een en ander vanzelf als een natte krant in elkaar.

Het is crisis[1] en daar heeft iedereen last van, maar de prijzenslachting die de laatste twee jaar huis houdt in de Nederlandse archeologie is van elke redelijkheid gespeend. Toen ik twee jaar geleden als freelance archeoloog aan de slag ging, was 65 euro per uur voor veldwerk voor iemand met mijn ervaringsjaren geen bedrag waarover met de wenkbrauwen gefronst werd. Nu loop ik opdrachten mis omdat men 30 euro te veel vindt en er ook wel iemand is die het voor 25 euro doet. Een metselaar kost 37 euro per uur! Nou zal ik de eerste zijn om toe te geven dat een metselaar misschien wel belangrijker werk doet dan ik en ook dat een universitaire opleiding noch zaligmakend is, noch per se een garantie voor rijkdom, maar dergelijke tarieven zijn nu al bijna niet meer de moeite waard en de bodem is nog niet in zicht volgens mij.
Dan had ik maar geen freelance archeoloog moeten worden, zult u denken. Dat klopt natuurlijk ten dele, maar die bedroevende tarieven voor freelancers worden veroorzaakt door de genadeloosheid waarmee de archeologische bedrijven elkaar als sabeltandtijgers in een teerput naar het leven staan. Dat is allemaal misschien verklaarbaar omdat die bedrijven proberen te overleven, maar ik heb ze er nog niet op kunnen betrappen dat ze dat doen door middel van met elkaar te werken in plaats van tegen elkaar. Wanneer er drie offertes voor een project zijn, en één van die drie is zestig(!) procent goedkoper dan die van de andere twee partijen, dan is het evident wie die opdracht krijgt, maar ook dat voor dat geld nauwelijks kwaliteit geleverd kan worden. Dat houdt in dat deze partij er op toe legt en (nog) zwaarder op haar werknemers gaat leunen om sneller, goedkoper, efficiënter en spaarzamer te werken.

Dit heeft nogal onwenselijke gevolgen. In de eerste plaats is er de langdurige geldelijke ontwaarding van ons werk. De crisis gaat wel weer een keer voorbij, maar ik denk dat het daarna nog heel lang gaat duren voordat de tarieven, of dat nu die van de bedrijven of van de freelancers zijn, weer zullen gaan stijgen. Als men nu voor 25 euro per uur een ervaren archeoloog kan inhuren, waarom zou iemand straks in godsnaam akkoord gaan met 50 euro? Daardoor zal de Nederlandse archeologie nog jaren onder extreem armoedige budgetten gebukt gaan en zal het voor de daarin werkende archeologen nog een hele tijd duren voordat zij (weer) een enigszins normaal inkomen kunnen verwachten.
Wat ik persoonlijk nog veel erger vind, is dat de druk die nu op iedereen ligt om sneller, simpeler en goedkoper te werken op de lange termijn natuurlijk nooit goed kan zijn voor de inhoudelijke kwaliteit van het onderzoek dat gedaan wordt. Dat zal ons als beroepsgroep, die op dit punt sowieso al door veel partijen achterdochtig bekeken wordt, nagedragen worden, maar dat zit ook mijzelf, maar ongetwijfeld ook een boel ander archeologen, behoorlijk dwars.

Ik ben geen archeoloog geworden in de verwachting dat ik daarmee zou binnenlopen, maar om onderzoek te kunnen doen, om coole dingen te ontdekken, om mee te schrijven aan Het Verhaal en daarover anderen te kunnen vertellen. Dat je er niet rijk van wordt is niet erg, maar als het steeds moeilijker wordt om de rekeningen te betalen terwijl het inhoudelijk ook alleen maar minder wordt, dan is de lol er wel goed af.


[1] Crisis: cri-sis (de; v; meervoud: crisissen, crises). Excuus voor iedere maatregel waarmee men een financiële aderlating wil rechtvaardigen.

Op weg naar van Eyck

Ik ben vandaag naar de tentoonstelling 'Op weg naar van Eyck' over de middeleeuwse meester Jan van Eyck uit het Limburgse Maaseik in museum Boymans geweest. Veel mooie dingen gezien, zeker niet alleen van hem, maar van onderstaand, onafgemaakt werk was ik het meest onder de indruk.

Als er een god is (en dat is een hele, hele grote 'als') dan heet hij Pablo, maar Jan van Eyck heeft wat mij betreft zeshonderd jaar geleden met deze tekening van de Heilige Barbara ook een overtuigende gooi naar de prijzen gedaan. Oejoejoejoejoei wat mooi!


Sneeuw in Nederland

Het sneeuwt in (grote delen van) Nederland. Laat even alles vallen waarmee u bezig bent, concentreer u even op buiten en luister naar de deken van stilte die de sneeuw over Nederland heen legt. Dat is de oorverdovende stilte van een land dat knarsend tot stilstand komt omdat het dusdanig gedecentraliseerd, geherstructureerd en gereorganiseerd is dat het niet meer in staat is om het hoofd te bieden aan een paar centimeter sneeuw en dus bij voorbaat gewoon opgeeft.

Waarschijnlijk weten ze op het gemiddelde Gemeentehuis niet eens meer waar de Dienst Gemeentelijke Werken tegenwoordig gehuisvest is en of die überhaupt nog wel onderdeel is van de gemeente, of is uitbesteed aan een of andere aannemer. Terwijl men in het Gemeentehuis op internet naar het telefoonnummer van de Gemeentewerf aan het zoeken is, is daar de manager van de Afdeling Wegbeheer al aan het nagelbijten over de bureaucratische nachtmerrie die als een winterdepressie haar gapende muil langzaam voor hem aan het opensperren is.
Het is de verantwoordelijkheid van de manager van de Afdeling Wegbeheer om de wegen begaanbaar te houden, maar hij is daarbij afhankelijk van de Afdeling Granullaire Bestratingsmaterialen, de Afdeling Human Resources en de Afdeling Mobiliteitsvoorziening, die allen ‘producten’ aan hem moeten leveren om de weg op te kunnen.
Helaas zit de manager van de Afdeling Granullaire Bestratingsmaterialen met een burn-out thuis omdat hij over het randje gegleden is toen hem in oktober duidelijk werd dat hij te weinig strooizout had ingeslagen. Vanwege de bezuinigingen is er voor hem geen vervanger gekomen, maar mocht de manager van de Afdeling Catering (een lichte post) zijn verantwoordelijkheden erbij nemen. Deze is echter door de onverwachte kou sneller door zijn cup-a-soup heen dan normaal en heeft dus belangrijkere zaken aan zij hoofd dan granullaire bestratingsmaterialen. De secretaresse van de Afdeling Granullaire Bestratingsmiddelen is, na telefonische navraag door de manager van de Afdeling Wegbeheer, van mening dat zij niet bevoegd is om zomaar grote partijen strooizout (‘Huh, valt dat onder onze afdeling?’) uit te delen aan ieder afdelingshoofd dat daar om komt vragen (‘Waar zou het dan heen gaan?’),maar komt bij de Afdeling Catering niet voorbij de secretaresse daar, omdat die inmiddels bijna hysterisch via de telefoon aan het vragen is hoezó er geen Chinese Tomaat kan worden geleverd.
De manager van de Afdeling Mobiliteitsvoorziening zit zich intussen aan zijn bureau schamper op te winden over die loser van Wegbeheer, aangezien het steeds later wordt en er nog niemand bij hem om strooiwagens is komen vragen. Nog een half uur en de gunning van de uitgifte daarvan kan niet meer voor het einde van de kantooruren door iedereen geaccordeerd worden, maar als die pipo van Wegbeheer denkt dat de Afdeling Mobiliteitsvoorziening langer werkt om het geklooi van Wegbeheer op te lossen, dan heeft die pipo van Wegbeheer zich toch danig vergist.
De manager van de Afdeling Wegbeheer weet dat hij niets aan die auto’s heeft als ze niet vol strooizout zitten, maar is intussen ook aan het bellen naar de Afdeling Human Resources, die er immers voor moet zorgen dat er personeel is om die auto’s te besturen. De manager van de Afdeling Human Resources is echter wat vroeger naar huis gegaan omdat hij bij de eerste sneeuwvlokken de bui al zag hangen. Zijn secretaresse bijt de manager van Wegbeheer toe dat hij daar eerder aan had moeten denken omdat deze ook wel weet dat dit elke keer het geval is en meldt hem dat hij zelf maar op zo’n wagen moet gaan zitten. Zij moet er in ieder geval van door om te zien of ze nog een trein naar huis kan vinden.

Om vijf voor half vijf gaat de telefoon. Iemand van het Gemeentehuis met de vraag of dit het goede nummer is om strooiwagens te bestellen. Een uur later stopt in het donker een eenzame, lege strooiwagen voor de Albert Hein. De manager van de Afdeling Wegbeheer stapt uit en sjokt naar binnen voor de gehele zoutvoorraad en een doos Chinese Tomaat…