Probleem
Er is sprake van intensieve handel in
archeologische artefacten die deels legaal, maar deels ook clandestien is.
Achter deze handel gaat op internationaal niveau het leegroven van
archeologische vindplaatsen schuil. Op grond daarvan is het redelijk om aan te
nemen dat een onbekend, maar waarschijnlijk aanzienlijk deel van de
archeologische artefacten die verhandeld worden afkomstig is uit illegale
context. Dat betekent niet zonder meer dat de huidige eigenaren zelf schuldig
zijn aan roof, maar zij helpen ten minste mee aan het
in stand houden van dit kwalijke verschijnsel door gestolen waar te kopen.
Dit is deels het gevolg van onbekendheid met (internationale) regels en/of het
gebrek aan besef dat dit niet door de beugel kan, en soms is er sprake van kwade wil.
Vanwege de groeiende zorg op internationaal
niveau over de achteruitgang van het culturele erfgoed is de omgang met het
erfgoed vastgelegd in verdragen waarin de deelnemers zich verplichten om het
nationale en internationale erfgoed te beschermen tegen vernieling en
plunderingen uit commercieel oogpunt (het UNESCO-verdrag uit 1970 en op
Europees niveau het Verdrag van Valletta uit 1992).
Tussen Kunst & Kitsch toont met enige
regelmaat archeologische artefacten in de uitzending waarvan de herkomst
discutabel genoemd mag worden. Deze artefacten worden gepresenteerd als
kunstschatten en de eigenaren worden gecomplimenteerd en verheugd met vaak hoge
taxaties. Dit heeft een onbedoelde, maar zeer ongewenste stimulerende werking: het wordt aantrekkelijk gemaakt voor kijkers om zelf ook te proberen hun slag te staan. Daarnaast heeft deze aanpak van Tussen Kunst
& Kitsch een onbedoelde, maar zeer ongewenste legitimerende werking op
eventuele illegale artefacten die getoond en getaxeerd worden en die daarmee
van ‘pedigree’ worden voorzien, een in de kunsthandel belangrijke, waarde
vermeerderende eigenschap van handelswaar.
Wij houden Tussen Kunst & Kitsch op
generlei wijze verantwoordelijk voor de wijze waarop de bij hun getoonde voorwerpen
in privébezit zijn beland, maar vinden dat zij een publieke taak hebben om het
hierboven uiteengezette probleem onder ogen te zien en (in alle
proportionaliteit) aan te kaarten. Wij roepen Tussen Kunst & Kitsch op om hun aanpak te wijzigen en een positieve
bijdrage aan de waardering van het Nederlandse en internationale erfgoed te
leveren.
Dat is geen eenvoudig of snel proces, maar de handel in beschermde planten- en diersoorten onderging een vergelijkbare
bewustwording: iets dat leuk was om mee
te nemen van een vakantie, ’kan nu niet meer’ en wordt met afkeuring naar
gekeken.
We hebben te maken met een
ingewikkeld probleem dat moeilijk in simpele richtlijnen te vangen is, en er is
sprake van een spanningsveld tussen twee (elkaar ongetwijfeld deels
overlappende) groepen belanghebbenden: één partij voor wie de informatiewaarde
van de artefacten prevaleert, en een andere voor wie de esthetische waarde het
interessantste is. Wij bieden onderstaande stellingen aan als basis voor
een dialoog tussen vertegenwoordigers van de archeologische beroepswereld en
Tussen Kunst en Kitsch om te komen tot een werkbaar ‘handvest voor het omgaan
met archeologie op televisie’.
Stellingen
1 Archeologisch artefacten horen geen handelswaar
te zijn
1.a In het ideale geval vindt er geen handel in archeologische artefacten plaats. Wij realiseren ons dat er een
legaal handelscircuit is en dat niet alle artefacten
die in de handel zijn een illegale herkomst hebben, maar een groot gedeelte wel
degelijk. De waarde van archeologische artefacten schuilt voor een groot deel
in hun context, en die waarde gaat verloren door het leegroven van vindplaatsen
ten behoeve van de internationale handel. Niet alleen de artefacten, maar ook
de vindplaatsen waaruit zij worden verwijderd, worden op deze manier in
archeologische zin waardeloos gemaakt. Dit is niet alleen funest voor
de archeologie als wetenschap en cultureel erfgoed in het algemeen, maar ook
voor de lokale bevolking die ongezien haar eigen geschiedenis kwijtraakt. Op
grond daarvan dient het verhandelen van archeologische objecten te worden
ontmoedigd;
1.b Het is duidelijk dat het verhandelen
van archeologische artefacten voor een aanzienlijke groep mensen aantrekkelijk
is. De legale handel in archeologische voorwerpen voorziet in deze behoefte,
maar heeft door het principe van vraag en aanbod ook een stimulerende invloed
op het illegale circuit. Dit initiatief, noch de door ons nagestreefde verandering
in het beleid van de AVRO zullen dit tot stoppen brengen, maar Tussen Kunst
& Kitsch kan het publiek informeren over het feit dat handel in illegale
archeologische artefacten wereldwijd schade veroorzaakt aan archeologische vindplaatsen
en het culturele erfgoed in het algemeen.
2 Archeologische artefacten zijn geen
kunstvoorwerpen
2.a Vanzelfsprekend zijn ook archeologen
menselijk en dus vatbaar voor de esthetische aspecten van de artefacten die zij
opgraven, maar deze zijn van secundair belang. Archeologische artefacten zijn
in overgrote meerderheid gebruiksvoorwerpen waarvan de waarde voornamelijk zit
in de informatie die kan worden afgeleid uit aard, vorm en materiaal van het
artefact en uit de archeologische context waarin ze worden aangetroffen. Deze essentiële
wisselwerking tussen object en context wordt permanent verstoord op het moment
dat een voorwerp illegaal opgegraven wordt (zie 1.a). Deze wisselwerking is
belangrijker dan de objectgerichte esthetische of monetaire waarde van de
artefacten.
2.b Het taxeren is een essentieel
onderdeel van de charme van tussen Kunst & Kitsch, maar wij vragen
desalniettemin om een terughoudende opstelling bij het taxeren van
archeologische artefacten. De hoge waardes die vaak worden toegekend aan
artefacten vormen een onwenselijke bevestiging van het beeld van archeologische
gebruiksvoorwerpen als enkel (contextloze) kunstschatten.
3 Selectie aan de poort
3.a Er is een aanzienlijk corpus aan
archeologische artefacten dat de facto legaal verhandeld kan worden omdat
het verzameld is voordat de restricties daarop zijn vastgelegd in
internationale verdragen en nationale wetgeving. Op grond daarvan is er geen
reden om deze categorie artefacten niet op televisie te tonen, maar dit dient
op voorhand, dus wanneer eigenaren zich melden, te worden vastgesteld op basis
van documentatie door een ter zake kundig persoon;
3.b Een vergelijkbare procedure dient te
worden aangehouden bij spectaculaire bodemvondsten uit Nederland. Hierbij wordt
gedacht aan het tonen van een ARCHIS-vondstmelding of andere documentatie
waarmee herkomst en legitimiteit van het artefact kunnen worden geverifieerd;
3.c Het is niet voldoende om
mensen 'op hun blauwe of bruine ogen’ te geloven. Indien mensen niet de
vereiste documentatie kunnen tonen, kunnen zij (natuurlijk off camera) gewezen
worden op de mogelijke gevolgen van hun handelen, maar bijvoorbeeld ook op
welke instanties zij kunnen benaderen om dergelijke zaken recht te zetten. Het
is evident dat het meebrengen van documentatie en het informeren van het
publiek daarover extra rompslomp voor zowel geïnteresseerden als de AVRO
oplevert, maar wij vinden dat een verdedigbare extra belasting gezien de ernst
van het probleem. Deze verplichting kan mogelijk als een soort 'algemene
voorwaarde' vermeld worden bij informatie over draaidagen;
3.d Wij stellen voor om een drempel te
hanteren voor deze documentatieplicht op basis van de geschatte waarde van het
object. Op deze wijze wordt voorkomen dat het voor goedwillende
belangstellenden onmogelijk wordt gemaakt om toevalsvondsten en kleine objecten
ter evaluatie aan te dragen. Daarbij valt te denken aan een groot deel van de
detectorvondsten en scherven en andere materialen die bij huis- en tuinwerkzaamheden
gevonden wordt. De hoogte van deze drempelwaarde kan in overleg worden
vastgesteld.
4 Geen illegale voorwerpen; bij twijfel nee!
4.a Hoewel dit ongetwijfeld inhoudt dat
het aantal archeologische objecten dat door de ballotage komt zal afnemen,
dienen voorwerpen waar twijfel over bestaat uit de uitzending te worden
gehouden. Op deze manier lijden de goeden onvermijdelijk onder de kwaden, maar
wordt in elk geval vermeden dat er illegale voorwerpen in het legale circuit
worden geïntroduceerd;
4.b Het kan opportuun zijn om soms een (aantoonbaar) illegaal voorwerp te
tonen om het publiek te wijzen op de handel in illegale voorwerpen. Een
illegaal in omloop gekomen voorwerp dient dan, vanzelfsprekend zonder dat de
eigenaar aan de schandpaal wordt genageld, als voorbeeld van hoe het niet moet
(zie ook punt 5).
5 Bewustmaking, zonder vermanend
vingertje
5.a Wanneer er spectaculaire
archeologische voorwerpen worden getoond waarvan op grond van documentatie
vaststaat dat ze legaal zijn, bijvoorbeeld omdat ze lang geleden gekocht zijn
en dus buiten de beperkingen van de internationale verdragen vallen, is het belangrijk om dat op televisie aan
te stippen, al is het maar in de vorm van: ‘mooi dat opa dat in 1950 gekocht
heeft, want tegenwoordig kan dat niet meer omdat
we zorgvuldig willen omgaan met ons erfgoed';
5.b Wanneer een artefact uit Nederlandse bodem wordt getoond kan van de
gelegenheid gebruik worden gemaakt om het publiek er van op de hoogte te
stellen dat het verboden is om archeologische artefacten te zoeken en te
verzamelen, met de volgende uitzonderingen: Archeologische vondsten die aan het
maaiveld liggen, of die zich in de bouwvoor (de 'geroerde grond', in de regel
de bovenste circa dertig centimeter) bevinden mogen worden opgespoord (al dan
niet met een metaaldetector) en verzameld. Het is niet toegestaan om dit te
doen op bekende archeologische vindplaatsen of monumenten.
Wie zijn ´wij´?
drs. Yannick Raczynski-Henk,
archeoloog, Ex-Situ Silex, Leiden;
drs. Annabel Médard, senior KNA-archeoloog en zoöarcheoloog, mede-directeur Archeologenbureau Argo, Zaandam/Amsterdam;
prof.
dr. Vladimir Stissi, hoogleraar
Klassieke Archeologie, Universiteit
van Amsterdam;
drs. Emile Eimermann, prehistorisch archeoloog, Amersfoort;
drs.
Etienne Pronk, prehistorisch archeoloog, Arnhem;
dr. Marco Langbroek, archeoloog, Leiden;
M.H.G. Kuijpers MPhil, PhD candidate, University of Cambrigde, UK;
drs. Henk Stoepker, middeleeuws archeoloog, Wijlre;
dr. G.L. Dusseldorp, post-doctoraal onderzoeker prehistorische archeologie, Leiden/Johannesburg;
drs. Herwin van den Engel, (uitzend)archeoloog, Leiden;
dr. Jeroen Wijnen,(werkzoekend) aardewetenschapper;
drs. Roos Wijnen-Jackson, (aankomend) aardewerkspecialist/archeoloog;
drs. ing. Nico van der Feest, Provinciaal-Romeins archeoloog, Roermond;
drs. Anna Ietswaart, erfgoedhistoricus/redacteur, Amsterdam;
drs. Lourens van der Feijst, Romeins archeoloog, Utrecht;
drs. Elise van der Horst, (junior) archeoloog;
drs. Lisette Verspay-Frank, leerspecialist Cuir Connu;
drs. Liselotte Takken Beijersbergen, archeozoöloog, Bergen, Noorwegen;
drs. F. van den Oever, senior geofysisch specialist Saricon, Soest;
drs. Suzanne van der A, vakspecialist archeologie bij ProRail, penningmeester Nederlandse Vereniging van Archeologen, Utrecht/Amersfoort;
drs. Menne Kosian, mediterraan archeoloog/GIS-specialist, Amsterdam;
drs. M. Verbruggen, directeur, RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp;
Regina Lankreijer Eggink, freelancer in de media (Communicatrice.nl), zeer geïnteresseerd in behoud en determinatie van erfgoed, Spier, Drenthe;
Aukje Hogendoorn, student archeologie aan de universiteit Leiden, Gouda;
drs. A.J.D. Isendoorn, aardewerkspecialist/archeoloog, Voorschoten;
drs. Frank Stevens, archeoloog, Leiden;
drs. Jan-Willem de Kort, archeoloog, Amersfoort;
Marjolein Kerkhof MA, Archeoloog, coördinator afdeling beleid Archeologie Delft, Gemeente Delft (ook werkzaam in vijf randgemeenten);
Eleonora Stuurman MA, archeoloog, Amsterdam;
dr. Bleda During, universitair docent, Universiteit Leiden;
Esther van den Brink MA, (werkzoekend) archeoloog/historicus, Amsterdam;
drs. Janneke Kluit, archeoloog;
dr. Hylke de Jong, Brummen;
Ruud Raats, bestuurslid Archeologische Werkgemeenschap Nederland;
Jacqueline de Wilde, student/projectmedewerker archeologie en bestuurslid Nederlandse Vereniging van Archeologen;
drs. Martine van den Berg, geoarcheoloog, Amsterdam;
Lisette M. Kootker MSc, AIO isotopenarcheologie, Instituut voor Geo- en Bioarcheologie, Vrije Universiteit, Amsterdam;
Annelies Berends MA, materiaalspecialist Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd, docent archeologie (Saxion Hogeschool), Deventer;
drs. Marcel J.L.Th. Niekus, Groningen;
drs. Ronald Visser, docent/onderzoeker archeologie (Saxion Hogeschool), Deventer;
dr. Martijn Nicasie, oudhistoricus, hoofd Bureau Archeologie en Monumenten, Gemeente Nijmegen;
drs. Arthur Sloos, archeoloog, Amersfoort;
drs. Isolde Toet, archeozoöloog/docent geschiedenis, Maastricht;
dr. Wouter K. Vos, Romeins archeoloog, Oosterbeek;
drs. N. van Malssen, archeoloog en erfgoeddeskundige, Groningen/Zevenaar;
Tonnie van de Rijdt, voorzitter Archeologische Werkgemeenschap Nederland, Eindhoven;
Linda Dielemans BA, archeoloog, Utrecht;
drs. Maarten Groenendijk, stadsarcheoloog Gouda;
dr. Y.M.J. Lammers-Keijsers, (publieks)archeoloog, Roosendaal;
dr. Steven Soetens, klassiek archeoloog, Amsterdam/Brussel;
drs. Marjolein van den Dries, conservator Archeologisch Museum Haarlem, bestuurslid Stichting Archeologie en Publiek;
drs. Rianne (A.M.) Hermans, promovenda oude geschiedenis, Universiteit van Amsterdam, Amsterdam;
dr. K. Jeneson, conservator Thermenmuseum, Heerlen;
drs. R.S. Kok, senior archeoloog/teamleider bureauonderzoek en beleidsadvisering RAAP, Archeologisch Adviesbureau, Leiden;
Karsten Wentink MPhil, promovendus prehistorie, Universiteit Leiden/founding partner Sidestone Press, Leiden;
drs. Thijs Coenen, maritiem archeoloog, Amersfoort;
drs. Aleike van de Venne, archeoloog/aardewerkspecialist, Kerament, Wijk bij Duurstede;
drs. Joyce van Dijk, archeozoöloog, Delft;
Leonie Postma, beeldend kunstenaar, drie jaar archeologie gestudeerd, Emmen, Drenthe;
drs. Inger Woltinge, archeoloog/projectleider BAAC Vlaanderen bvba, Gent;
dr. Josara de Lange, archeoloog, Melbourne, Australië;
drs. Els Koeneman, amateur archeoloog;
drs. Marie-France van Oorsouw, prehistorisch archeoloog, Amsterdam;
Maarten van Eerd, Amsterdam;
drs. Martijn Bink, teamleider VUhbs, Vrije Universiteit, Amsterdam;
drs. Sander Gerritsen, archeoloog, Noord-Holland;
dr. Geeske Langejans, archeoloog, Universiteit leiden, Leiden;
drs. M. Stronkhorst, archeoloog, Leiden;
prof. dr. Willem Willems, decaan faculteit archeologie, Universiteit Leiden, Utrecht;
drs. Dianne van de Zande, archeoloog, Leiden;
drs. A. Sparreboom, promovenda oude geschiedenis, Universiteit van Amsterdam, Amsterdam;
drs. Jerry Huisman, vakspecialist archeologie, Prorail, Almere;
drs. Marieke van Dinter, promovenda fysische geografie, Iniversiteit Utrecht;
ir. Jobbe Wijnen, archeologisch specialist WO2 en bouwbiograaf, RAAP Archeologisch Adviesbureau/Wijnen Cultuurhistorisch Onderzoek;
drs. Claudia Kraan, senior archeoloog/plaatsvervangend directeur, Stichting NAAM, Curaçao;
Priscilla Schoondermark, Regulatory & Quality Manager, Actelion Pharmaceuticals;
J. Draaisma MSc, docent, historisch edutainer, L.R.G.G. Corbvlo, Nijmegen;
Samuel Cardenas Meijers, student archeologie aan de Universiteit Leiden, Leiden;
Vincent van der Veen MA (klassieke talen), MA-student archeologie aan de Katholieke Universiteit Leuven, België;
Berber van der Meulen, student archeologie aan de Universiteit Leiden;
dr. Alistair Bright, archeoloog, Leiden;
drs. Roos van Oosten, universitair docent, Universiteit van Leiden;
dr. Quentin Bourgeois, post-doc onderzoeker en docent, Universiteit Leiden;
dr. Bertil van Os, geochemicus, Utrecht;
drs. Willem Jezeer, middeleeuws archeoloog, Amsterdam;
drs. Dick de Jager, senior beleidsadviseur archeologische monumentenzorg, gemeente Almere;
drs. Eric Norde, senior archeoloog, Ede;
drs. Juan van der Roest, senior KNA-archeoloog, Rosmalen;
Cornelie Moolhuizen MA, archeobotanicus, Amersfoort;
Anique Hamelink, student archeologie aan de Universiteit van Leiden, Leiden;
Peter de Haas, directeur, GeschiedenisLeeft, Alphen aan den Rijn;
drs. Hester van den Ende, regio-archeoloog, regio Utrecht, Leiderdorp;
I. van Stokkom MA, archeoloog, Leiden;
drs. M.P.H. van der Sommen, archeoloog, residu analist, transito-depotbeheerder, Leiden;
drs. Mieke Smit, senior beleidsadviseur archeologie, gemeente Nijmegen;
drs. Michel Lascaris, sociaal geograaf/archeoloog, Utrecht;
Tijmen Kok MA, archeoloog, Haarlem;
P.L.P. Haanen, archeoloog, vrijwilliger Limburgs Museum, Venlo;
drs. Bram Jansen, fysisch geograaf, Delft
prof. dr. Esther Jansma, geoarcheoloog, Utrecht;
Suzanne Vautier, Den Haag;
drs. B.A. Corver, archeoloog, Leiden;
drs. E.N. Wieringa, archeologisch adviseur, Amsterdam;
drs. I.A. Schute, senior-archeoloog, Leiden;
drs. M.L. Verhamme, senior-archeoloog, Amersfoort;
drs. Marijne Mangée-Nentjes, archeoloog, Nijmegen;
drs. Renske den Boer, veldarcheoloog, RAAP Archeologisch Adviesbureau, Havelte.